Home » Uitvindingen » Beeld en geluid

Het ontstaan van audio en video rond 1900

De wereldwijde verspreiding van beeld en geluid

De extra grote vernieuwingsdrang die sinds ongeveer 1870 plaatsvond, leidde tot het ontstaan van eigenlijk alle moderne audio- en filmapparatuur. Een situatie die vooruit werd geholpen door de opkomst van commercie en de moderne media, die erg gebaat waren bij de nieuwe apparatuur. Dat bracht letterlijk een compleet nieuwe wereld Tot 1878, het jaar waarin de fonograaf werd uitgevonden, kende men het reproduceren van beeld of geluid nauwelijks. Alleen de fotografie bestond op dat moment al een halve eeuw.  Men kan zich voorstellen hoeveel verwondering het mensen gegeven moet hebben om voor het eerst een geluidsopname te beluisteren of bewegende beelden te zien.


 

 

Clément-Maurice Gratioulet en Henri Louret - Reclameposter met actrice Sarah Bernhardt voor een filmvoorstelling mét geluid via een soort fonograaf op de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Op de lijst staan namen van beroemde artiesten die tijdens de voorstelling waren te zien én te horen met La Bernhardt zelf natuurlijk op de eerste plaats.

 

Reclame en de groeiende behoefte aan beeld en geluid

Als enige van de hier besproken verworvenheden was het fototoestel al ruim voor het begin van het Belle Époque uitgevonden. Een aantal belangrijke ontwikkelingen op gebied van fotografie vond echter tussen 1870 en 1914 plaats. Dat had veel te maken met een wisselwerking tussen de opkomst van reclame en de behoefte tot nieuwe manieren van communiceren.

Commercie was eveneens een nieuw fenomeen dat rond de eeuwwisseling opgang deed. Een situatie die op zich het gevolg was van de stijgende welvaart en de toevloed van nieuwe producten die men hoopte te verkopen. De uitvindingen op het gebied van audio en video kwamen daardoor gedeeltelijk voort uit de behoefte andere uitvindingen goed in de markt te zetten. De behoefte aan het reproduceren van beelden was daarbij wel van groter belang dan dat van geluid.

Dat begon relatief eenvoudig met de ontdekking van de moderne reclameposter in de jaren '70 van de 19de eeuw, waarop voortaan beeld werd gebruikt in plaats van tekst. Commercie is echter enorm gebaat bij het zo snel mogelijk kunnen verspreiden van grote hoeveelheden beelden en dus hadden fabrikanten en reclamemakers genoeg redenen om te investeren in de ontwikkeling van fotografie en cinematografie.

 

Affiche voor Coca Cola uit 1900. Ondanks alle ontwikkelingen zou de poster nog lang de belangrijkste manier van reclamemaken blijven. 

 

Beelden: de wereld dichterbij

De impact van foto en film zou niettemin veel verder reiken dan de commercie. Voordat men met één druk op de knop een beeld kon vastleggen, was de enige mogelijkheid tot reproductie van de werkelijkheid de kunstschilder. Die kon een portret maken of een landschap schilderen, wat een tijdrovend en kostbaar proces was. De overgrote meerderheid van alle mensen zou dan ook nooit een portret van zichzelf of van dierbaren hebben. En als je iets van de wereld wilde zien, moest je zelf op reis. 

De hoeveelheid tijd en kosten die men kon besparen door fotografie en film, kan onmogelijk worden overschat. Beelden van mensen, zaken en plaatsen konden nu snel gefabriceerd worden en vervolgens ook nog eens in grote oplagen over de hele wereld verspreid. De moderne media ontstond via geïllustreerde tijdchriften en kranten en via de cinema. Mensen kregen opeens veel meer van de wereld en van andere mensen te zien. Maar ook voor zoiets als bijvoorbeeld een sportwedstrijd hoefde je niet altijd meer aanwezig te zijn. De wereld kwam nu naar de mensen toe in al zijn facetten. Dat was ongekend en zal nog een flinke tijd overdonderend zijn geweest.

 

De start van de autorace Parijs-Oostende op 1 september 1899. Autoraces waren een symbool voor de dynamiek en snelheid van de nieuwe tijd en daarmee het troetelkind van de nieuwe media. De bestuurder van auto nummer 7, Alfred Velghe bekend als Levegh, zou als eerste in Oostende aankomen.

 

Foto en film

Fotografie en cinematografie ontwikkelden zich uiteraard niet alleen als iets dat nuttig was voor andere sectoren. Ze kregen ook veel eigen waarde. Zo ontwikkelde fotografie zich rondom de eeuwwisseling van een bezigheid die alleen door professionele fotografen kon worden beoefend naar iets dat bereikbaar werd voor iedereen. Daarbij speelde de uitvinding van het fotorolletje een cruciale rol. Men kan zich voorstellen hoe het aantal genomen foto's hierna wereldwijd is geëxplodeerd. 

De stap van enkele foto's naar een als film afspeelbaar geheel van foto's moest echter ook worden gezet. Dat was al een tijdlang de droom van veel uitvinders. De gebroeders Lumière waren degenen die het als eersten serieus waar wisten te maken en de cinematografie uitvonden. Dat deden zij nooit in opdracht van reclamemakers, maar als vrije kunstenaars die hun eigen films vertoonden aan publiek. En films werden al snel gerekend tot de allergrootste wonderen van de nieuwe tijd.

 

Affiche voor filmvoorstellingen van de gebroeders Lumière uit 1896.

 

Geluid: het begin van de muziekindustrie

De fonograaf, de eerste geluidsdrager, werd veel later ontdekt dan het fototoestel, de eerste beelddrager. Aanvankelijk hadden geluidsdragers ook een wat minder grote impact op de wereld als geheel. De radio bijvoorbeeld, die al rond 1900 werd uitgevonden, zou lange tijd nog weinig teweeg brengen op gebied van commercie of media. Dat gebeurde pas na de Eerste Wereldoorlog, toen de eerste huisradio's op de markt kwamen. Ook apparaten als de fonograaf stonden niet meteen in iedere huiskamer, want daarvoor waren ze nog lang te duur.

Dat neemt niet weg dat de impact op de muziekwereld wél meteen duidelijk werd. Muziek is nog steeds nauw verbonden met audio-apparatuur en dat is van het begin af aan zo geweest. Nieuw was met name het feit dat meer regionale muziekgenres nu over veel grotere delen van wereld verspreid werden, bekendheid verwierven en muziek elders ging beïnvloeden. Het eerste genre waar dat mee gebeurde was de in het zuiden van de Verenigde Staten ontstane jazz-muziek, dat een enorme impact zou hebben op andere muziekstromingen door de hele westerse wereld heen.

Daarnaast kwamen de eerste wereldberoemde muzieksterren op. Dat waren in eerste instantie vooral operazangers zoals Enrico Caruso.

 

 

Reclame voor de zogeheten Victrola fonograaf van platenmaatschappij Victor met operazangeres Geraldine Farrar uit 1914. Opvallend is hoeveel de Victrola lijkt op een moderne audiokast.

 

Bronnen

  • Bodanis D. - 'Het elektrisch universum: een geschiedenis van elektriciteit.' Amsterdam 2005
  • Blom Ph. - 'De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914.' Amsterdam 2010
  • J. Meidenbauer (red.) - 'Het grote boek van uitvindingen en ontdekkingen.' Lisse 2004

Afbeeldingen

  • Wikimedia Commons (commons.wikimedia.org)