Home » Maatschappij

De dynamische maatschappij rond 1900

Overgangsfase van Victoriaanse naar moderne tijd

In een wereld die onderhevig is aan veel verandering zal ook de maatschappij en de onderlinge verhouding tussen mensen veranderen. Dat gebeurde tussen 1870 en 1914 zonder twijfel. In 1870 zaten mensen nog volop in het Victoriaanse tijdperk met al zijn burgerlijke correctheid en traditionele verhoudingen. In 1914 was dat nog niet geheel verdwenen, maar de weg naar een compleet nieuwe wereld was onherroepelijk ingeslagen. Zowel letterlijk als figuurlijk was het aangezicht van de wereld sterk veranderd. De verhoudingen tussen zowel maatschappelijk klassen als die tussen mannen en vrouwen waren alvast sterk veranderd. Ook waren door de urbanisatie stad en platteland nog verder uit elkaar gegroeid dan voorheen al niet het geval was. Commercialiteit en de moderne media kregen vorm en criminaliteit werd een compleet ander verhaal. Vooral in de jaren na 1900 gingen de veranderingen hard.


 

Theodore Robinson - Fifth Avenue at Madison Square. 1894/95. De aanblik van een centraal punt in New York vóór 1900

 

Urbanisatie

De ongekend grote mate van verstedelijking was waarschijnlijk de meest in het oog springende maatschappelijke gebeurtenis uit die tijd. Rond 1900 waren er al ongeveer 11 metropolen in de wereld met meer dan een miljoen inwoners. De jachtige, moderne stad met al zijn wetenswaardig had een grote impact op de mensen. Je zou kunnen zeggen dat men nog moest leren om in zo’n stad te wonen.

Een aantal belangrijke nieuwigheden die de stad tot zo’n onbekend fenomeen maakten waren: hoogbouw, een groeiend aantal fabrieken, het ontstaan van moderne kantoren en warenhuizen, druk verkeer en publieke werken als leidingen en moderne riolering.

Na enige tijd zou het traditionele stratenplan van de stad ook wijzigen. Dan ontstaat het ons nog steeds bekende beeld van bedrijven, winkels en arme wijken in de binnenstad en groene wijken voor de beter bedeelden aan de rand van de stad. Mensen worden dan forensen, waardoor het verkeer nog meer in omvang toeneemt. Er ontstaat een vorm van leven die tot dan toe onbekend was.

 

George Bellows - New York. 1911. Dit schilderij is maar 17 jaar na het bovenstaande gemaakt.

 

Veranderende klassenverhoudingen

Dankzij de industrialisatie stroomde er voortaan een hoop geld naar groeperingen die dat tot dusver niet hadden of die tot dusver niet eens bestonden. Dat waren in de eerste plaats de nouveau riche, diegenen die op de een of andere manier steenrijk waren geworden door de modernisatie; doorgaans directeuren en/of eigenaren van fabrieken, kantoren, kranten of warenhuizen. Hun opkomst zou er, vooral na 1900, toe leiden dat de adellijke klasse zijn traditionele primaat verloor.

Een kwestie die niet zonder slag of stoot voorbij ging, aangezien edelen zich alle moeite deden om op de nieuwe rijken neer te kijken en ze af te doen als minderwaardig. Dit vanwege het feit dat deze mensen hun geld zelf hadden verdiend in plaats van via een erfenis in de schoot geworpen gekregen, wat in de ogen van velen blijkbaar minder respect verdiende. Het mocht echter niet baten. Door heel Europa heen zagen edelen zowel hun vermogen als hun maatschappelijke invloed drastisch slinken.  

In het kielzog hiervan was er echter ook een enorme uitbreiding van de middenklasse. Nog tot ver in de 19de eeuw was er eigenlijk geen middenklasse van naam. Tussen de rijke burgers van de bourgeoisie  en het werkvolk zat relatief weinig. Dat zou radicaal veranderen. Er kwamen middenstanders en kantoorklerken, er waren steeds meer leraren nodig, in fabrieken werd het middenmanagement geschapen en er was een sterke groei van vrije beroepen als advocaat, architect of verzekeringsagent. Bij het begin van de nieuwe eeuw was het al een klasse om voortaan ernstig rekening mee te houden.

 

Ferdinand Brütt - Op de beurs. 1888 De beurs was dé place to be voor de nouveau riche (met hoge hoed) en de rijkere middenklasser (met andere hoeden). 

 

Emancipatie van arbeiders

Ondertussen ontstond vanuit verschillende kanten de overtuiging dat arbeiders een betere positie moesten krijgen in de maatschappij. De misstanden die de industrialisatie op tal van plekken had voorgebracht waren halverwege de eeuw te erg. Uitbuiting was aan de orde van de dag. Het oprichten van vakbonden was onafwendbaar geworden. Ook kwamen er steeds meer aanpassingen van de wetgeving om industriëlen en andere werkgevers  te dwingen hun personeel redelijk te behandelen. Meest opvallende onderwerpen van strijd binnen dit geheel waren die voor een kortere werkweek en natuurlijk voor een beter loon.  

 

Spotprent The protectors of our industries (De beschermers van onze industrieën) uit 1883. De afbeelding toont de puissant rijk geworden industriëlen Cyrus Field, Jay Gould, Cornelius Vanderbilt en Russell Sage, die op hun miljoenen zitten op een vlot dat wordt gedragen door vermoeide arbeiders in allerlei specialismen. Op de groene bordjes staat hun erbarmelijke loon dat meestal nog geen $10 per week was.

 

Emancipatie van vrouwen

Het was de tijd van de eerste feministische golf zoals het tegenwoordig wordt genoemd, die duurde van ongeveer 1850 tot 1940. Hierbij lag de nadruk aanvankelijk op het verkrijgen van recht op scholing en op het verrichten van arbeid. Later kwam vooral politieke gelijkheid op het programma te staan in de vorm van de strijd voor kiesrecht voor vrouwen. Deze werd aangevoerd door de fameuze suffragettes (suffrage is het Franse woord voor kiesrecht), een beweging die begon in Groot-Brittannië en daar ook (op afstand) het meest heftig zou blijven. De strijd voor kiesrecht speelde zich vooral tussen 1890 en 1920 af en wordt daarmee gezien als het hart van de eerste feministische golf.

Recht op scholing en arbeid bleek echter binnen handbereik. De nieuwe kantoren en warenhuizen konden niet draaien zonder vrouwelijk personeel, en voor bepaalde werkzaamheden in fabrieken bleken vrouwen ook geschikter dan mannen. Er is wel gezegd dat er niets zo gunstig was voor de emancipatie van de vrouw als de uitvinding van de typemachine en dat zou best eens kunnen kloppen. Tenslotte kon het nieuwe personeel alleen goed functioneren als het ook een beetje behoorlijke opleiding daartoe had genoten en dus kwam ook onderwijs voor meisjes steeds hoger op de agenda te staan. Alleen toegang tot de hoogste vormen van onderwijs, zoals de universiteit, bleef nog lang een heikel punt.

Er zijn echter ook andere factoren geweest die rond 1900 de emancipatie van de vrouw sterk bevorderden. Deze ontwikkelingen waren onder meer het ontstaan van geboortebeperking op grotere schaal, de komst van de damesfiets als vervoermiddel en de toename van elektrische apparatuur in het huishouden, al ging dat nog maar mondjesmaat. Deze ontwikkelingen zorgden ervoor dat de loodzware dagtaak die veel vrouwen moesten dragen flink werd verlicht en ze meer tijd overhielden voor zichzelf. Tijd die vaak werd gevuld met geestelijke activiteiten als het lezen van boeken, waardoor vrouwen zich meer gingen ontwikkelingen en meer gingen nadenken over hun eigen positie in de wereld.

 

Coverillustratie - Suffragettes (vaak vrouwen uit hogere klassen) verzamelen handtekeningen voor een petitie. 1894

 

Volksopvoeding en de strijd tegen verpaupering

Binnen de gegoede burgerij stonden steeds meer mensen op die verpaupering van de armen in de steden wilden tegengaan. Zij geloofden sterk dat dit tot stand kon worden gebracht door arbeiders en ander laagbetaalden te heropvoeden. Dat de mensen zich alleen maar niet beschaafder gedroegen omdat ze niet betere wisten en ieder dag opnieuw moesten zien te overleven in zeer ontmoedigende omstandigheden. 

Het gevolg was een brede maatschappelijke beweging die bekend staat als volksopvoeding en als het beschavingsoffensief. Aanvankelijk vond deze voornamelijk plaats in de hoek van progressieve liberalen, maar vanaf ongeveer 1890 sluiten socialisten zich bij de volksopvoeders aan.

Gedeeltelijk was dat alles verbonden met de emancipatie van arbeiders en draaide het om verbetering van de arbeidsomstandigheden, maar afgezien daarvan had het toch ook een heel eigen programma. Onderdelen daarvan waren:

  • Meer scholing.
  • Betere huisvesting.
  • Culturele ontwikkeling van arbeiders waarbij ze 'ware schoonheid' moesten leren herkennen en waarderen.
  • Een 'terug naar de natuur' beweging, die stedelingen weer in contact moest brengen met hun natuurlijke zelf.

Er werden ook tal van organisaties en commissies opgericht die dit programma ondersteunden. In het liberale Nederland was dat bepaald niet minder dan elders in de westerse wereld. Het was zelfs zo dat progressieve liberalen bovengemiddeld enthousiast aan de slag gingen met de idealen van het beschavingsoffensief. Zeer bekend werd daarbinnen de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.  

 

Johann Heinrich Hasselhorst - Frankfurt Wäldchetag. 1871. Kermissen en volksfeesten waren een doorn in het oog van volksopvoeders vanwege het 'liederlijke' gedrag dat daar werd vertoont door mensen uit de lagere klassen.

 

Explosieve groei commercie, media en reclame

Door de industrialisatie kwamen er steeds meer en meer nieuwe producten op de markt. Producten die, nu ze eenmaal massaal konden worden geproduceerd bovendien een heel stuk goedkoper werden dan ze ooit waren geweest. Daardoor kwamen ze beschikbaar voor een veel grotere groep mensen. Een kwestie die een soort van zelfversterkend effect veroorzaakte op het idee van industrialisatie.

Toch kwam de echte commercialiteit pas werkelijk op gang na 1880. Tot aan die tijd waren de fabrieken namelijk vooral gericht geweest op zware industrie. Pas na 1880 sloeg dat goed over naar consumentenproducten. Daarvoor waren de volgende redenen:

  • Pas vanaf 1870 kwamen er vormen van aandrijving voor kleinere machines beschikbaar, met in 1870 de verbrandingsmotor en in 1888 de elektromotor
  • Tot 1876 waren investeerders erg voorzichtig geworden wegens verschillende oorlogen, als de Amerikaanse Burgeroorlog en de Frans-Duitse oorlog van 1870. Door het succes van de telefoon als nieuw product veranderde dat drastisch. 

Door een combinatie van technische vernieuwingen in drukprocessen, de mogelijkheid om nieuws voortaan razendsnel over te brieven door de telefoon en de bodemloze behoefte aan reclame voor alle nieuwe producten die op de markt kwamen, groeiden vervolgens ook media in de vorm van kranten en tijdschriften als kool. Dat valt niet los te zien van de nieuwe commercie, omdat kranten en tijdschriften van het begin af aan leefden van advertenties.

Ondertussen maakte de wereld kennis met de nieuwe fenomenen van het affiche en het reclamebord. Hoewel de film en de radio in principe al bestonden, speelden die nog geen rol van betekenis in de reclamewereld. Commercie bleef vooralsnog een gedrukte aangelegenheid. Deze kreeg wel extra flair doordat Art Nouveau kunstenaars zich graag bezighielden met het ontwerpen van posters en dit aanvankelijk dus een soort van kunstvorm was.

Uiteindelijk leidde ook al deze ontwikkeling weer tot de fabricage van nieuwe productie van artikelen. Zoveel artikelen dat er als ultiem klapstuk een nieuwe voorzienig werd geboren om al die spullen in te verkopen. Dat was het warenhuis.

 

Jules Chéret - Pastilles Poncelet. Tussen 1896 en 1900. Affiche voor hoestbonbons. Jules Chéret wordt algemeen gezien als de vader van de moderne reclameposter.

 

Criminaliteit

Een explosieve verstedelijking kan niet echt bestaan zonder dat ook de criminaliteit toeneemt. Daar was een hoop over te doen. De bevolking van de stad was toch al zo onzeker over het leven in de moderne tijd, dus een toenemende onveiligheid kon men er nauwelijks bij hebben. De kranten stonden er dan ook vol mee. Het werd hoog tijd voor maatregelen, wat leidde tot het ontstaan van de criminalistiek en uitbreiding en reorganisatie van de politie. Voortaan ging men het oppakken van boeven wetenschappelijk aanpakken. Overigens was niet iedere crimineel vermaledijd. Er waren ook enkele Robin Hood-achtige figuren die zeer tot de verbeelding van het publiek spraken.

 

Paul Fischer - Dame in het rood. Vermoedelijk tussen 1890-1900. Twee agenten houden de boel in de gaten op de straten van waarschijnlijk Kopenhagen (het betreft de Deense vlag). 

 

 

Bronnen

  • Blom Ph. - 'De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914.' Amsterdam 2010
  • Ploeg van der R., Zinkstok R. - 'Wij zijn allen werklieden. De opkomst van de moderne arbeidsmoraal in Nederland in de negentiende eeuw.' Baarn 1986
  • Bank J., Buuren van M. - '1900: Hoogtij van burgerlijke cultuur.' Den Haag 2000
  • Bullock A.  - 'The Double Image', in: M. Bradbury, J.McFarlane (ed.) - 'Modernism 1890-1930.' Hammondsworth 1976
  • Wikipedia (nl.wikipedia.org) - 'Eerste feministische golf' (12-2-2019)

Afbeeldingen

  • Wikimedia (commons. wikimedia.org)