Home » Leven » Sport en spel

De geschiedenis van sport en spel

Spelen als vrijetijdsbesteding in Europa

De homo ludens, de spelende mens, heeft de hele geschiedenis bestaan, maar kreeg niet altijd evenveel maatschappelijke ruimte om zich te uiten. Door de tijd heen ging dat op en neer. Na 1850 kwam er in Europa en de westerse wereld echter structureel meer belangstelling en tijd voor sport en spel, waardoor ook de aandacht voor de geschiedenis van spelen als vrijetijdsbesteding toenam. Om deze geschiedenis goed te kunnen volgen en te begrijpen hoe ingrijpend de veranderingen in de 19de eeuw precies waren, is enige achtergrondinformatie nodig. Want wanneer is iets eigenlijk een spel en wanneer mag je het sport noemen? Hoe zagen spelen er voor 1850 uit en waar werd wat gespeeld? Hoe populair waren welke sporten en wie moesten er juist niks van hebben? De antwoorden op deze vragen vormen een goede introductie in het onderwerp.


William Heysman Overend - De voetbalwedstrijd, 1890.

 

Wanneer is iets een spel?

"Een spel is een activiteit, buiten de gewone dagelijkse bezigheden, waaraan een of meer mensen - of bij uitbreiding andere diersoorten - deelnemen, als vermaak en/of om een of meer vaardigheden of talenten ten volle te benutten of te vergroten."

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spel

Daarmee zijn spelen van welke soort dan ook dus bijna altijd een vrijetijdsbesteding. Het is niet noodzakelijk dat ze een wedstrijdelementen bevatten, want je kunt ook toneelspel hebben, een hoorspel of een rollenspel en je kunt een spel spelen louter om het plezier of om je eigen vaardigheden of conditie te verbeteren. Iets vergelijkbaars geldt voor activiteiten die we tegenwoordig aanduiden als 'sport': vaak zijn ze competitief, maar dat hoeft niet. Toch zullen sport en spel in hoge mate geassocieerd worden met competitie.

Er zijn nog een paar kenmerken die voor de meeste (maar dus niet alle) spelen opgaan:

  • Er zijn spelregels die bepalen hoe het spel gespeeld dient te worden.
  • Er zijn bepaalde middelen nodig om het spel te kunnen spelen, zoals een speelveld- of bord, attributen die bij het spel nodig zijn ( bv. pionnen, ballen of hockeysticks) of speciale kleding.
  • Er zijn meerdere mensen nodig om het spel te spelen en indien van toepassing expliciete teams.

Spelen staan vaak onder invloed van de tijdgeest van de periode waarin ze gespeeld worden en vertegenwoordigen deze ook. Wat men kan en mag spelen, hangt immers af van politieke ontwikkelingen, technologische vindingen, de levensstandaard en morele en culturele normen en waarden in een bepaalde tijd. Ook zijn ze nauw verbonden met de manier waarop een maatschappij arbeid organiseert, aangezien dat bepaalt hoeveel ruimte en tijd er overblijft voor de homo ludens.

 

Jan Vlieger (uitgever) - Nieuw en vermakelijk ganzenspel. 1885. Een 19de-eeuws ganzenbord en volksprent in één.

 

Wanneer is er expliciet sprake van sport?

In veel literatuur over sportgeschiedenis wordt gesteld dat sport als zodanig een relatief nieuw verschijnsel is dat pas in de 19de eeuw is ontstaan. Officiële definities omschrijven het binnen dit kader vaak als volgt:

"Een sport kan omschreven worden als een fysieke krachtmeting (bijvoorbeeld zwemmen), fysiek spel (bijvoorbeeld voetbal) of denkspel (bijvoorbeeld schaken) dat op reglementaire wijze in competitieverband of recreatief gespeeld kan worden."

https://nl.wikipedia.org/wiki/Sport

Sport wordt aldus vaak expliciet gekoppeld aan een wedstrijd met regels, waarbij het dan bovendien belangrijkste doel is de wedstrijd te winnen. Men kan zich echter afvragen of dergelijke definities nog wel houdbaar zijn, omdat voor ons het woord 'sport' praktisch synoniem is geworden met lichaamsbeweging van allerlei soort. Tegenwoordig gaan steeds meer mensen hardlopen, fietsen, zwemmen of naar de sportschool (!) zonder dat daar een reglementaire competitie aan vast zit en met als enige doel aan hun fitheid en/of hun figuur te werken. En dat noemen wij wel degelijk 'sporten'. Verder is er al vanaf de 19de eeuw ook een belangrijke stroming geweest die zich beijverde om gymnastiek op scholen geaccepteerd te krijgen als vak. Ook dat was expliciet niet als competitief bedoeld, maar valt toch binnen de sportgeschiedenis. Enige begripsverwarring is daarom helaas niet uit te sluiten.

Misschien is het beter om te spreken over georganiseerde sport als nieuw verschijnsel, maar ook dat klopt niet helemaal. In het verre verleden waren er evengoed georganiseerde sportevenementen, meestal op instigatie van machthebbers. Denk dan bijvoorbeeld aan de Olympische Spelen, wagenrennen en gladiatorengevechten in de oudheid, riddertoernooien in de middeleeuwen en wedstrijden in hardlopen, paardrijden en boogschieten in de 17de en 18de eeuw. De organisatie van dergelijke relatief kleinschalige evenementen leek echter nog niet op datgene dat je tegenwoordig kunt zien als 'georganiseerde sport'. Hoewel de Romeinen in de eerste eeuwen na Chr. bijzonder dicht in de buurt kwamen met grote stadions waar wel een kwart miljoen bezoekers in pasten.

Dus wanneer is een spel nu expliciet een sport? Dat draait toch om de inbreng van fysieke inspanning, zoals het onderstaande hoofdstukje duidelijk zal maken.

 

Litho van een scene uit een wielerwedstrijd. Maker onbekend. 1895. Zes wielrenners persen zich over de finish voor een tribune vol juichende toeschouwers.

 

Soorten spelen

Door de tijd heen zijn er zoveel spelen ontstaan dat het er teveel zijn om op te noemen. Wel kun je ze in een aantal categorieën onderverdelen. Dat zijn:

Gezelschapsspellen: spelen die om geluk en/of strategie draaien en meestal worden gespeeld bij een gezellig samenzijn.

Gok- en kansspellen: spelen die grotendeels om geluk en toeval draaien en doorgaans worden gespeeld voor financieel gewin.

Denksport: spelen die om intellectuele vaardigheden vragen.

Sport: spelen die lichamelijke inspanning vergen.

Sommige spellen kunnen in verschillende categorieën vallen. Kaarten kan bijvoorbeeld worden gedaan als gezelschapsspel, als kansspel (bv poker) of als denksport (bv bridge).

 

George Charles Aid - De bridge spelers. Voor 1914. 

 

Spelen in Europa door de eeuwen heen

Net als elders in de wereld is het dagelijkse leven in Europa altijd doorspekt geweest met spelen, van de Griekse oudheid tot de tegenwoordige tijd. Door de tijd heen nam het volume ervan wel toe, wat grotendeels samenhing met een toenemende hoeveelheid vrije tijd. Tenslotte is het hebben van vrije tijd doorgaans wel een basisvoorwaarde om tot een spel te komen. Deze toename van zowel vrije tijd als spelen loopt echter niet in een rechte lijn omhoog, maar grillig als een beurskoers. Ook kon het per land, regio of zelfs plaats verschillen hoeveel tijd en aandacht men over had voor een spelletje. Helaas valt het voor veel historische perioden niet meer na te gaan hoe de ontwikkeling van sport en spel er precies zijn verlopen.

Een belangrijke voorwaarde voor de groei van sport en spel is echter dat een samenleving er economische gezien goed voorstaat. Alleen mensen die in hun primaire levensbehoeften kunnen voorzien hebben tijd en ruimte over voor sport en spel. Wie moet vechten om te overleven, heeft wel iets anders aan zijn hoofd.  

In de loop der tijd waren er niettemin steeds weer ontwikkelingen op het gebied van sport en spel of vonden er vernieuwingen plaats. Sommige spelen ontstonden in Europa (turnen, wielrennen), andere werden juist van buitenaf ingevoerd (schaken, voetbal waarschijnlijk). Weer andere verspreidden zich vanuit Europa over de rest van de wereld, om later in een iets andere vorm terug te keren (honkbal). Uit veel sporten en spellen kwamen nieuwe varianten voor. Mooie voorbeelden daarvan zijn golf dat voortkomt uit het middeleeuwse spel kolf en tennis dat al vroeg is ontstaan uit het kaatsen.

 

Hans August Lassen - Een spannende partij. 1898. 

 

Sport en spel in de kroeg

Van oudsher was de kroegbaas of herbergier een belangrijke organisator van wedstrijdjes. Dat was uiteraard puur voor de lol van de deelnemers en eventueel een handjevol toeschouwers. Met als belangrijkste bron van motivatie voor de organisator om zijn zaak vol te krijgen. Twee soorten activiteiten stonden hierbij meer in de belangstelling dan andere, namelijk fysiek inspannende sportwedstrijden als kaatsen, vroege vormen van voetbal, hardlopen en later ook wielrennen (wat veel dorstige mensen oplevert) en gok- en kansspelen als hanengevechten, kaartspellen en dobbelen (wat verslaafde en dus regelmatig terugkerende mensen oplevert).

Voor de openbare orde lijkt het weinig te hebben uitgemaakt wat er werd georganiseerd, want in beide gevallen vloeide de alcohol rijkelijk en was de kans op een handgemeen groot. De ene kroeg of herberg zal echter wat ruiger zijn geweest dan de andere.

Maar hoe frivool soms ook, in veel opzichten stond deze cafésport toch aan de basis van wat later officieel georganiseerde vormen van sport en spel zouden worden. De kroegwedstrijd kan worden gezien als de missing link tussen gewoon zelf een wedstrijdje op straat houden en met een officieel clubteam meedoen aan de competitie van een sportbond. Of tussen onderling je geld verdobbelen en meedoen aan de staatsloterij.

 

Jean Béraud - De biljartwedstrijd. Datum onbekend maar rond 1900. Sommige spellen bleven in het café. 

 

Voor elitaire mannen

Dat de kroeg en ook kermissen en jaarmarkten een belangrijke plaats innamen in het leven van de spelende mens, suggereert dat er nooit veel standsverschil is geweest onder de beoefenaren van sport en spel. Dat het misschien eerder nog iets was voor de gewone mens dan voor de sociale toplaag. Het tegenovergestelde is echter waar. De elite, en dan zeker de adel, had van oudsher veel meer tijd en geld om aan vrijetijdsbestedingen te spenderen dan mensen uit andere sociale klassen. Daarom gingen de rijken regelmatig voorop bij welke soort van spelen dan ook.

De charmante kant van gok- en kansspelen in de kroeg of herberg was echter dat daar inderdaad mensen van alle rangen en standen zich vermengden. Maar in principe alleen daar. Voor de rest bleven de rangen strikt gescheiden.

Hoewel vrouwen uiteraard nooit geheel uitgesloten zijn geweest, hebben ze hun vrije tijd door de geschiedenis heen veel minder kunnen en mogen vullen met spelen. Vooral sport met zijn fysieke elementen als kracht en uithoudingsvermogen werd ongeschikt geacht voor vrouwen, die zich wat betreft beter konden 'beperken' tot het baren van kinderen. Maar ook met gok- en kansspelen dienden nette vrouwen zich uiteraard niet in te laten. 

Hierdoor waren sport en spel lange tijd grotendeels het domein van elitaire mannen.

 

L. Prang & Co. - Lawn tennis. 1887 (prent). Tennis is nog steeds een elitesport. In tegenstelling tot veel andere sporten werd deze echter al vroeg ook door dames beoefend. Dat ze dat hoorden te doen in gepaste gewaden heeft hun nooit afgeremd. 

 

Spelen als evenement

Door de eeuwen heen zijn er ook steeds weer 'Spelen' georganiseerd in de vorm van een regelmatig terugkerend evenement, al dan niet meerdaags. Van belang hierbij was dat er niet alleen deelnemers waren, maar ook veel toeschouwers. Dat de wedstrijd het bekijken waard was, onderscheidde deze Spelen van andere competitieve activiteiten. Daarom kun je ze ook publieksspelen noemen. Daarnaast werden veel van deze Spelen gekenmerkt door een huldigingsceremonie voor de winnaars.

Binnen dit kader tellen de Griekse Olympische Spelen uit de oudheid niet als een unicum (zoals gemakkelijk is gedacht), maar als een eerste historisch hoogtepunt in vergelijking met andere Spelen. Die andere spelen zijn er namelijk talloze geweest, om te beginnen bij de oude Grieken zelf. Na de Grieken zouden ook de Romeinen Spelen gaan organiseren die op dezelfde leest waren geschoeid. Later werden die geleidelijk aan vervangen door de beruchte gladiatorengevechten in Romeinse arena’s. Mogelijk hadden de Vikingen ook hun eigen Spelen.

In de middeleeuwen zakte de belangstelling voor spel in het algemeen in omdat de katholieke autoriteiten erg negatief stonden tegenover in hun ogen duivelse lichaamsoefening en de vermeende tijdsverspilling die dat opleverde. Maar in hoeverre het ook is gelukt om alle sport en spel te onderdrukken valt niet meer na te gaan. Veel Spelen hadden zo’n lokaal en kleinschalig karakter dat het goed mogelijk is dat daar niets over is opgetekend. Wel is het zeker dat er tijdens jaarmarkten en kermissen vaak toch wel competities werden georganiseerd. Ook riddertoernooien kan men echter zien als publieksspelen.

Vanaf de 17de eeuw duiken er op sommige plaatsen beter georganiseerde Spelen in de annalen op, met name in Groot-Brittannië, Duitsland en Scandinavië. Deze waren soms geïnspireerd op de klassieke Olympische Spelen, maar kwamen net zo vaak voort uit lokale gebruiken en folklore. Dat leidde doorgaans tot een heel eigen ensemble van programmaonderdelen, die uiteen konden uiteenlopen van teamsporten, hardloopwedstrijden en paardenraces tot ludieke wedstrijdjes als zaklopen en (heel populair) het beklimmen van een ingezeepte paal. Daarnaast waren er vaak ook meer culturele competities als danswedstrijden en muziekconcoursen of denksportcompetities als schaak- en kaarttoernooien. Op veel plekken werd er waarschijnlijk ook druk gegokt op mogelijke winnaars.

 

Heinrich Adam - Paardenrennen tijdens het Oktoberfest in München. 1823. In 1810 is het Oktoberfest begonnen als een sportief treffen in de vorm van Spelen. Pas veel later zou het veranderen in een folkloristisch bierfestijn. 

 

Vanaf ongeveer 1850 nam het aantal georganiseerde Spelen rap toe. Tenslotte waren er steeds meer mensen die er tijd voor beschikbaar hadden. Door een hernieuwde waardering voor de klassieke Olympische Spelen gingen ze bovendien steeds meer in dat kader staan. Toen mensen door de ontwikkelingen op transportgebied steeds verder konden reizen, werd de opzet ervan ook steeds breder en minder lokaal. Plaatselijk groeide uit naar regionaal en soms zelfs naar landelijk. Een geleidelijke ontwikkeling die in 1896 zou culmineren in een waar wonderstuk, namelijk de eerste internationale Olympische Spelen in Athene.

Lees meer over de geschiedenis van dergelijke Spelen in het artikel Publieksspelen tot 1896.

 

Autoriteiten versus de homo ludens

Romeinse keizers hebben lang geloofd in het idee van ‘brood en spelen’: als ze die twee dingen aan het volk konden geven, was de kans op een opstand minimaal. Dat verliep toen er keizers kwamen die zich bekeerden tot de katholieke kerk. De christelijke geloofsleer zag het allemaal heel anders met die spelen. Dat was het begin van veel officiële weerstand van autoriteiten tegen allerlei vormen van sport en spel, soms overdreven of onterecht maar soms ook begrijpelijk.

 

Christelijke weerstand

Veel kerkelijke leiders vonden spelen moreel verwerpelijk. Ze waren het gevolg van de zondeval en een uitvinding van de duivel. Kans- en gokspelen gingen hierbij voorop uiteraard, maar ook dansen kon echt niet. Spelen waar alleen maar lichamelijke oefening bij kwam kijken zijn lange tijd echter op één hoop gegooid met kansspelen en als zodanig veroordeeld. Volgens de geestelijken was het allemaal hebzucht, roofzucht, gierigheid, leugenachtigheid, blasfemie, en verspilling van kostbare tijd. Sommigen raakten er zo door van streek dat ze het bestaan van spelen maar liever ontkenden. Anderen lieten weten dat het voor gelovigen onacceptabel was eraan deel te nemen.

In de tweede helft van de 19de eeuw zou dit idee overigens een opvallend keerpunt meemaken. Juist katholieke geestelijken zagen al vrij vroeg het nut in van lichamelijke opvoeding voor jongens van alle klassen en beijverden zich voor de uitvoering daarvan. In Nederland heeft de introductie en verspreiding van voetbal bijvoorbeeld veel te danken aan jezuïtische en katholieke paters en pastoors. Al diende dat dan wel waarden te ondersteunen als loyaliteit en broederlijkheid.

 

Charles Hermans - Monniken spelen een potje bowl. 1867. De katholieke weerzin tegen spelletjes was hier blijkbaar al ver afgenomen.  

 

Politieke weerstand

Op politiek en maatschappelijk gebied zagen autoriteiten meerdere problemen met de spelen in hun samenleving, zoals:

  • Spelen konden animositeit en geweld veroorzaken. Redenen daarvoor waren onder andere: mensen die niet tegen hun verlies kunnen (m.n. bij kansspelen); rivaliteiten of twisten tussen buren, families of dorpen die buiten het veld bestonden en op veld weer oplaaiden; onvrede over scheidsrechterlijke beslissingen. Zeker als er bovendien alcohol in het spel was, wat veel voorkwam, konden de zaken aardig uit de hand lopen.
  • Door gok- en kansspelen kwamen minderbedeelde gezinnen in geldnood, wat tot extra verpaupering in bepaalde wijken kon leiden.
  • Spelen zogen aandacht, tijd en energie naar zich toe, ten nadele van belangrijkere bezigheden als oorlog voeren of arbeid.
  • Na 1800 werd men bovendien bang dat arbeiders die goed waren in sport sneller tot subversieve opstandelingen zouden uitgroeien, dan arbeiders die een dergelijke vorm van zelfvertrouwen niet hadden.

 

Maatregelen

Als gevolg van al deze potentiële problemen die sport en spel konden veroorzaken, hebben zowel geestelijke als wereldlijke leiders door de eeuwen heen geprobeerd om spelen te verbieden of toch minstens aan banden te leggen. Daartoe zijn talloze voorschriften en wetten uitgevaardigd. Helaas bleek dat steeds weer tevergeefs of zelfs contraproductief: illegale spelen waren voor veel mensen alleen maar aantrekkelijker dan legale.

Daarom volgt er ook hier in de loop van de 19de eeuw een omslag. Autoriteiten kozen steeds vaker voor het zelf reguleren en organiseren van gok- en andere spelen. Dat werkte beter én bracht geld in het laatje.

 

William Henry Pine & William Combe (naar voorbeeld) - De koninklijke hanengevecht kuil. Oorspronkelijke plaat 1808, deze plaat 1904. Let op de bezoekers die een zweep of een stok mee hebben genomen om zich in dit gewoel staande te houden. 

 

Ontwikkelingen vanaf ongeveer 1850  

Tot halverwege de 19de eeuw hadden sport en spel dus voornamelijk een lokaal en meestal ook vrijblijvend karakter, maar na 1850 kwam daar flink wat verandering in. De wereld van het spel en dan met name die van de sport zou bijna onherkenbaar veranderen. De basis voor zoals wij die nu nog kennen werd gelegd.

Daar was niet één specifieke reden voor, maar een keur aan verschillende ontwikkelingen die er samen voor zorgden dat mensen langzaam maar zeker heel anders aan gingen kijken tegen spelen en de homo ludens een volwaardige plaats in de maatschappij kreeg zoals deze nog nooit eerder had gehad. Maar dat is een verhaal apart, waar je meer over kun lezen in het het artikel: Vernieuwingen sport en spel na 1850.

 

 

 

Bronnen

  • Jean-Michel Mehl – Sport, spel en ontspanning. In: Wim Blockmans (red.) – Europa door de eeuwen heen. Wetenschap, transport, oorlogen, sport & spel, gezondheid en kunst. Utrecht/ Antwerpen 1994. Kosmos-Z&K. (p177-200)
  • Bram Brouwer – De onbekende historie van de moderne Olympische Spelen. Hoe De Coubertin de geschiedenis naar zijn hand zette. Rotterdam 2016. 2010 Uitgevers.
  • Saskia Rossi – De geschiedenis van de Olympische Spelen. Reeks: WWW-sport, spel en dans, deel 2. Arnhem 2008. Ellessy Jeugd.
  • Jan Bank, Maarten van Buuren – De dageraad van de volksopvoeding. (p229-264) in: 1900: Hoogtij van burgerlijke cultuur. Sdu Uitgevers, Den Haag 2000
  • Wikipedia Nederland (nl wikipedia.org) – 'Spel'/ 'Sport' / 'Voetbal'/ 'Schaken' (18-3-2020)

Afbeeldingen

  • L. Prang - Lawn tennis, uit: Viewpoints; a selection from the pictorial collections of the Library of Congress. Washington, Library of Congress, 1975, no. 121. / Wikimedia Commons (18-3-2020)
  • Hanengevecht uit: The Microcosmos of London or London in miniature. Volume I. Methuen and Company, Londen, plaat 18. 1904 / Wikimedia Commons (18-3-2020)
  • Overigen: Wikimedia Commons (commons. wikimedia. org) (18-3-2020)