Home » Leven » Vervoer en reizen » Sleeën

Geschiedenis van de slee tot 1914

Een praktisch én leuk vervoermiddel

De slee is vermoedelijk het oudste transportmiddel over land. In Rusland en Scandinavië zijn sporen gevonden die wel zo’n 9.000 jaar teruggaan. Begrijpelijk, want het principe achter een slee is eenvoudig en je kunt er zowel mensen als goederen mee vervoeren. Al moet er natuurlijk wel een dik pak sneeuw liggen. Rond 1900 waren sleeën alles behalve passé. Het waren juist hoogtijdagen voor zowel de recreatieve als de nuttige slee. Tenslotte moesten mensen het op land nog zonder gemotoriseerde alternatieven en sneeuwschuivers stellen en het strooien van zout was ook niet wat het nu is. Dat maakte de slee in de winter op veel plekken ronduit onmisbaar. Daarnaast sprak dit voertuig echter zozeer tot de verbeelding, dat ook het maken van romantische of sportieve ritjes een populaire winterbezigheid werd. 


Hans Zatzka - Sleetje rijden, datum onbekend (vermoedelijk 1880-1920).

 

Wat is een slee

Een slee of slede is een glijdend voertuig dat wordt voortgetrokken door mensen of dieren over een gladde ondergrond, meestal sneeuw of ijs. Een slee kan zowel door mensen zelf worden getrokken of voortbewogen als door trekdieren. De meeste sleeën zijn open; gesloten exemplaren komen ook voor maar zijn relatief gezien zeldzaam en altijd erg luxe. Er zijn twee basistypen:

  • Sleeën met een gladde onderkant die daardoor vanzelf glijdt over een eveneens gladde ondergrond. Deze typen zijn vaak uit één stuk gemaakt.
  • Sleeën met een opbouw die op twee evenwijdige glijders staat die in de lengte van het voertuig lopen. De glijders zijn dunne balken afgezet met een ijzeren beschermlaag. Dat geeft maar weinig frictie, net als bij ski’s, waardoor er zware lasten kunnen worden vervoerd.

De slee onderscheidt zich van bijna alle andere bestaande landvoertuigen die op wielen of op rails lopen.

 

Fritz Beinke - Rodelnde kinder (sleeënde kinderen), 1907. Kinderen die plezier maken op een slee, waarschijnlijk is dat echt van alle tijden.

 

Engelstalige spraakverwarring

In het Brits is er een expliciet verschil tussen het woord sledge, dat de algemene term is maar waarmee meestal een kleine, eenvoudige slee wordt aangeduid en het woord sleigh, dat verwijst naar middelgrote tot grote sleeën die worden voortgetrokken door dieren.

In het Amerikaans hebben de woorden lichtelijk andere betekenissen:

  • Sled: algemene term, maar meestal gebruikt voor kleine typen die recreatief worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld de kinderslee.
  • Sledge: een steviger vehikel dat zware vracht kan vervoeren.
  • Sleigh: een grote slee voor het vervoer van personen.

De hondenslee heet in Groot-Brittannië een dog-sleigh en in Noord-Amerika een dog-sled

In Australië, waar men weinig voeling heeft met zaken als sneeuw en sleeën worden de termen door elkaar heen gebruikt. Al worden er wel eens slee-achtige voertuigen in woestijngebieden gebruikt. 

Dit alles neemt overigens niet weg dat de woorden sledge en sled ergens in de middeleeuwen zijn afgeleid van het Nederlandse woord slede. Het woord sleigh is dan weer een verbastering van ons moderne slee dat door Nederlandse immigranten naar de Verenigde Staten is gebracht. Tegenwoordig kent Nederland alleen nog de kinderslee, maar ooit was dat anders.

 

Isaac van Ostade - Winterlandschap, 1648. Sleeën op het ijs in Nederland.

 

De vroegste sleeën
De eenvoudige basisslee, die inmiddels zo’n 11.000 jaar rondrijdt, gaat al twee keer zolang mee als het wiel, dat ongeveer 5.500 jaar bestaat. De eerste volkeren die hem gebruikten woonden in de echt koude gebieden als Lapland, Siberië en Groenland.

Toch werd (en wordt) de slee ook gebruikt op heel ander terrein. Vroege Amerikaanse indianen die op de prairie woonden hebben sleeën gebruikt voor het vervoer van goederen. Egyptenaren en Assyriërs gebruikten ze in de oudheid in de woestijn om beelden en obelisken mee te verplaatsen, maar ook schrijnen van overleden hoogwaardigheidsbekleders. De hiërogliefen U15 en U16 uit de lijst van Gardiner verbeelden ook een slee. 

Het onvermogen om sleeën te bouwen wordt gezien als een van de punten waarop Neanderthalers het pleit hebben verloren van de Homo Sapiens.

 

Carl Rasmussen - Wintertijd in Groenland, 1875.  Een tamelijk recente afbeelding van een praktijk die mogelijk al 10.000 jaar oud is.

 

Sleeën om zelf voort te bewegen

Door de geschiedenis heen zijn er talloze verschillende soorten sleeën geweest. Velen daarvan zijn later weer verdwenen en vervangen door andere typen. Een aantal vrij oude of bij ons minder bekende soorten zijn:

  • De toboggan. Eenvoudige, lange en platte slee zonder glijders die al vroeg werd gebruikt door de inheemse Innu en Cree stammen in wat we nu kennen als het Noorden van Canada. Deze slee bestaat nog steeds en wordt in Noord-Amerika ook recreatief gebruikt als een soort van bobslee. Tegen het eind van de 19de eeuw kwamen er ook wedstrijden in het toboggan. Op toboggan sleehellingen zijn andere sleeën verboden.
  • De kaakslee. Slee gemaakt van de kaak van een paard met daarop een plankje bevestigd. Dat kon zowel met één als met twee kaken zijn. In dat laatste geval werden beiden kaken bewerkt en onderling verbonden met een stok. Kaaksleden kwamen sinds de 13de eeuw voor, met name in de Lage Landen.
  • De prikslee. Dit is een slee speciaal voor een ondergrond van ijs die met behulp van stokken wordt voortbewogen. Ook dit type slee lijkt uit de 13de eeuw te stammen, maar is mogelijk nog ouder. Hij bestaat nog steeds. Priksleeën is zelfs een officiële wintersport die van 1980 tot 1998 op het programma stond van de Paralympics. De charme van deze sport is dat er geen verschil hoeft te zijn tussen valide en mindervalide beoefenaars.
  • De stepslee. Dit is, zoals de naam al zegt, een step in sleevorm. In het Noorden van Scandinavië wordt hij als serieus vervoermiddel gebruikt. Er wordt voor het eerst melding gemaakt van deze slee in 1870.

 

Henry Sandham - Toboganning, 1885. Vroege vorm van wintersport in Canada en de VS.

 

Trekdieren voor sleeën

De slee is een voertuig dat koetsen, karren en wagens kon vervangen op sneeuw en ijs. Op die ondergrond werkt de slee stukken beter dan wielen. Dat was op andere ondergronden, zoals bijvoorbeeld zandgronden, niet altijd het geval, zodat de slee daar wel is vervangen daar voertuigen met wielen.

Wat niet verschilde met andere voertuigen was dat mensen de slee konden laten voorttrekken door trekdieren, waardoor het transport van veel zwaardere lasten mogelijk werd. Hiertoe werden en worden onder meer honden, rendieren, paarden, muilezels, ezels en ossen gebruikt. Kindersleeën werden ook getrokken door een pony, een enkele hond of een geit. De meeste van deze dieren werken echter in combinatie met het type slee dat ze trekken en de streek waar dit gebeurd en kunnen niet zomaar onderling worden uitgewisseld. 

 

Hondenslee

De hondenslee is net zo oud als de slee zelf. Hij werd en wordt vooral gebruikt in het Arctische gebied rond de Noordpool bij de inheemse Eskimovolkeren die daar wonen, verspreid over Amerika, Groenland en Siberië  (het woord Inuit duidt alleen een grote groep Noord-Amerikaanse volken aan). De slee kan een toboggan zijn of eentje met glijders. De honden kunnen achter elkaar in een rij lopen of in paren naast elkaar.

Hij komt ook voor bij de Lappen, maar die gebruiken vaker rendiersleeën. De hondenslee worden getrokken door twee tot twaalf honden tegelijkertijd. Daarbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van speciale, hiertoe gefokte poolhonden.

 

Geschiedenis

De alleroudste, 9.000 jaar oude resten van sledehonden zijn gevonden op het Siberische eiland Zjochov, dat in de prehistorie nog tot het vasteland behoorde. Hoewel er lang niet zoveel variatie was als later, lijken deze honden wel degelijk voor hun taak te zijn gefokt. Ze verschilden namelijk expliciet van andere honden op het eiland die voor de jacht waren gefokt. In de jaren hierna werden in andere Arctische streken vergelijkbare honden gebruikt om sleeën te trekken.

Zo’n 2.000 jaar v. Chr. begonnen de Inuit in Noord-Amerika aan een significante gebiedsuitbreiding. In dat kader begonnen ze ook nieuwe fokprogramma’s voor hun sledehonden die nu een grotere diversiteit vertoonden. De Alaskan Malamute, een populaire hedendaagse sledehond, stamt nog direct af van deze honden. Waarschijnlijk hebben de Inuit ook het hondentuig bedacht, waarmee de honden aan het span vastzitten.

 

Cornelius Krieghoff - Bonthandelaar in toboggan, 1840. 

 

Hondenrassen

Poolhonden zijn zo nauw verbonden met het trekken van sleeën dat de woorden poolhond en sledehond synoniem zijn te gebruiken. Geschikte rassen zijn: Alaskan Husky, Alaskan Malamute, Samojeed, Canadese Eskimohond, Chinook en Siberische Husky.

 

Werkwijze

Een slee kan ingespannen worden met 2 tot 12 honden, maar meestal zullen het er 6 tot 8 zijn. De menner wordt een musher genoemd. Zelfs als je een groep poolhonden zomaar voor een slee spant en dan met een zweep knalt, gebeurt er niks. Sledehonden hebben allemaal een bepaalde taak binnen de groep afhankelijk van de plaats waar ze staan en moeten daarvoor worden getraind. Kort op de slee worden bijvoorbeeld extra sterke honden gevraagd die de slee goed uit de sneeuw kunnen trekken, terwijl op plekken meer naar voren snelle honden het tempo hoog kunnen houden. Het allerbelangrijkste is echter de leidende hond. Deze vertelt de andere honden als het ware wat ze moeten doen. De musher werkt daarom nauw samen met de leider, want hij kan de hele groep eigenlijk alleen maar besturen via deze hond.

 

Hondensleeën eind 19de eeuw

Tegen het einde van de 19de eeuw gingen ook westerse avonturiers zich interesseren voor hondensleeën. Deze nieuwe liefde kwam van twee kanten.

Op de eerste plaats was er de goudrush in Alaska bij het plaatsje Klondike aan de rivier de Yukon die plaatsvond van 1896 tot 1899. Veel kampen van deze goudzoekers waren ’s winters zelfs uitsluitend bereikbaar pers slee. En dat wilde nogal wat zeggen, want behalve de goudzoekers zelf, moesten er ook goederen worden getransporteerd en mensen die ondersteunende diensten verleenden zoals dokters, handelaars en smeden. Uiteindelijk werd in heel Alaska de post in de jaren rond 1900 bezorgd via hondenslee. En hoewel de goudrush weer zou bedaren, bleef de hondenslee vanaf nu in Alaska breed in gebruik en kwamen er ook steeds meer wedstrijden met hondensleeën. De beroemde Iditarod race bestaat echter pas sinds 1973.

 

Frances Montgomery Davis - Alaska Dog Team. Datum onbekend, maar het schilderij lijkt gelieerd aan de Alaskan Goldrush eind 19de eeuw. 

 

Een tweede groep westerse mannen die rond dezelfde tijd de hondenslee ontdekten waren ontdekkingsreizigers. Al sinds halverwege de 19de eeuw was het maken van ontdekkingsreizen naar beide poolgebieden populair. Deze ontdekkingsreizigers hoopten de eerste mens ooit te worden die op de exacte pool zou staan. Lang had men echter moeite om de polen te voet te bereiken. Kort voor de eeuwwisseling ging men over tot vervoer per hondenslee, zowel op de Noordpool als op Antarctica. Iets dat betekende dat er tientallen honden mee moesten op de expeditie. De eerste om dit te doen was de Noor Carsten Borchgrevink (1864-1934) die in 1898 Samoyeeds meenam voor een expeditie naar de Zuidpool. Dit mislukte echter omdat de honden gewend waren te lopen in sneeuw in een relatief mild klimaat; in Antarctica moest ze bij echt lage temperaturen over ijs lopen. Toch zette dit een trend en zouden ook de latere grootheden Scott en Amundsen met hondensleeën op pad gaan.

 

Arrenslee

Een arrenslee is een groter type, door een of meerdere rendieren of paarden getrokken slee, die voornamelijk werd en wordt gebruikt voor plezierritjes. Hij is in de 16de eeuw ontstaan. De slee heeft een losse opbouw met daarin zitplaatsen voor personen.

Het woord is een verbastering van 'narrenslee', oftewel de slee van de nar. Dat komt omdat de vrolijke belletjes waarmee de arrenslee zijn komst aankondigt doen denken aan de belletjes op de muts van een nar. De belletjes zaten verplicht op het tuig van het paard, want een slee hoor je nauwelijks aankomen.

Noord-Amerikaanse arrensleeën zijn vaak met een dubbel paar glijders uitgerust waardoor ze bestuurbaar zijn. De arrenslee, voortgetrokken door acht rendieren (negen, als je Rudolph mee laat doen) werd tussen 1820 en 1825 het vervoersmiddel van de Kerstman, ook bekend als Santa Claus

 

Arretikker en cutter

Een arretikker is een kleine, fraai beschilderde slee met zitbak voor één of twee personen die in Friesland voorkwam. Hij werd doorgaans dan ook getrokken door een Fries trekpaard.

In de VS bestaat er sinds 1800 een vergelijkbaar type slee die een cutter wordt genoemd. Ook deze sleeën zien er fraai uit en zijn gemaakt voor één of twee personen.

 

Een luxe vrijetijdsbesteding

Het aantal luxe sleeën zou naar het einde van de 19de eeuw toe uiteraard toenemen. Er kwamen immers steeds meer welgestelden mensen die er een zelf konden bezitten of anders toch zeker wel af en toe huren. Als er voldoende sneeuw lag was het maken van een ritje met een slee dan ook iets wat mensen met geld graag mochten doen, zowel in de stad als op het platteland.  

 

Karel Ooms - Aristocratische familie geniet van het winterlandschap, 1885. Belgische adel rijdt in een prachtig versierde slee die geïnspireerd lijkt op de cutter. De bellen op het tuig van het paard zijn goed te zien.

 

Trojka

Het Russische woord trojka betekent 'drietal'. Het wordt onder meer gebruikt om rijtuigen of sleeën mee aan te duiden die zijn bespannen met drie paarden. Als slee heeft de trojka echter veel meer naam gemaakt dan als rijtuig. Behalve in Rusland wordt komt hij ook voor in het westen van Azië. 

De bespanning van de trojka is bijzonder. Het middelste paard heeft een haamtuig dat aan een grote boog, de duga, is bevestigd en loopt daaronder in draf. De twee buitenste paard lopen in galop. Om dit mogelijk te maken gebruikt de menner vier leidsels: twee voor het middelste paard en een voor elk van de buitenste paarden. Deze wijze van bespanning ontstond in de 17 de eeuw en werd aanvankelijk gebruikt voor het bezorgend van de post.

Sinds de late 18de eeuw worden als paarden meestal Orlov-dravers gekozen, een Russisch paardenras dat vanaf toen werd gefokt en fameus werd om zijn snelheid én uithoudingsvermogen. En niet voor niks, want een trojka kan wel met 40 tot 50 km/u over de sneeuw vliegen.

 

Franz Roubaud - Trojka racet door de sneeuw, datum onbekend (1876-1928). Schilderij met duga en Orlov-dravers vol in beeld. Let ook op de bellen boven in de duga.

 

Dankzij de Orlov-dravers nam de populariteit van de trojka enorm toe en werd hij voor steeds meer doeleinden gebruikt. In 1840 werd op een renbaan in Moskou de eerste wedstrijd gehouden. Hoewel nog steeds in gebruik, kan wel worden gesteld dat de periode tussen ongeveer 1850 en 1950 de hoogtijdagen van de trojka waren. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er meer gemotoriseerde sneeuwvoertuigen beschikbaar.

Niettemin werd de trojka voor Rusland wat de fiets is voor Nederland: een nationaal symbool. Al moet worden gesteld dat de romantiek die rondom deze slee ontstond nogal onstuimig is. In literatuur, op schilderijen en in liedjes draait het nogal eens om wildwoeste sleeritten van stoere mannen die in barre omstandigheden over het land razen, terwijl de slee wordt aangevallen door een roedel hongerige wolven. In Nederland werd het ronduit horror rondom een trojka in het nummer Dodemansrit van Drs. P.. Alsof het nauwelijks mogelijk is in een trojka te rijden zónder belaagd te worden door agressieve wolven. Op basis van wat er tegenwoordig bekend is over aanvallen van wolven op mensen moet echter worden gesteld dat trojka’s een onwaarschijnlijk doelwit zijn voor deze dieren.

 

Alfred Wierusz-Kowalski - Trojka aangevallen door wolven (3), datum onbekend maar waarschijnlijk rond 1880. Dit schilderij is het derde deel van een drieluik. 

 

Wedstrijdsleeën

Tegen het eind van de 19de eeuw ontstonden in Zwitserland diverse sporten met sleeën, waarbij het in principe de bedoeling was zo snel mogelijk een berg af te sleeën. Dat was te danken aan hoteleigenaar Caspar Badrutt uit St. Moritz die zijn Engelse hotelgasten graag ook ’s winters zag terugkomen. Hij liet ze de transportsleeën van zijn personeel gebruiken voor wedstrijdjes. Dat sloeg aan, maar in de praktijk gaf het een hoop problemen met andere weggebruikers en de veiligheid. Het interessante nieuwe idee van wintertoerisme begon nu echter vorm te krijgen en dat wilde de Zwitsers graag vasthouden.

Daarom ging men over tot het afzetten van vaste parkoersen en later tot het bouwen van speciale kunstmatige banen. Tegenwoordig bestaan natuurlijke en kunstmatige banen nog steeds naast elkaar. In eerste instantie waren de banen dus bedoeld voor toeristisch gebruik, maar officiële wedstrijden konden niet uitblijven.

Uiteindelijk kwamen er drie afzonderlijke sleesporten uit voort. De gebruikte sleeën waren aanvankelijk van hout, maar werden later vervangen door exemplaren van metaal. 

 

Ansichtkaart van sleerecreatie in de Alpen. Toeristen worden door een ervaren sleeër bergaf geholpen. 1890-1910. 

 

  • Rodelen of luge

De rodel is een aerodynamische platte slee met glijders. Er is plaats voor één of twee sleeërs, die op hun rug liggen met de voeten naar voren. De eerste wedstrijd rodelen, officieel luge genoemd, werd gehouden in 1883 op een parkoers van 4 kilometer tussen Klosters en Davos. Naar verluid waren er ook Nederlandse deelnemers, maar die wonnen geen prijzen. In 1914, nog net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vond het eerste Europese Kampioenschap plaats. Pas in 1927 zou er een tweede kampioenschap volgen. In de Verenigde Staten sloeg de sport lange tijd niet aan, waarschijnlijk omdat tobogganning daar al populair was.

 

  • Skeleton

Skeleton is vergelijkbaar met rodelen, behalve dat de sleeër op zijn buik ligt met het hoofd naar voren. Het is ongeveer net zo oud als rodelen; de eerste wedstrijd werd in 1884 gehouden in Sankt Moritz zelf. Er werd daar een speciale baan van natuurijs gemaakt, de Cresta Run. Lange tijd werd de sport alleen op deze baan beoefend. Nog steeds is het de enige skeletonbaan ter wereld van natuurijs. Meestal worden wedstrijden gehouden op bobsleebanen.

 

  • Bobsleeën

De bobslee is kort gezegd een bestuurbare slee. Hij glijdt met behulp van twee afzonderlijke loperparen, waarvan de voorste draaibaar is. Tegenwoordig komt hij in de vorm van een gestroomlijnde, metalen kuip en is het meest geavanceerde slee die er is. De meeste bobs zijn voor twee of vier personen en rijden alleen nog op kunstmatige banen, welke altijd met veel bochten zijn aangelegd. 

Ook het bobsleeën begon halverwege de jaren '80 van de 19de eeuw in St. Moritz maar als langwerpige, platte slee van hout die door de voorste berijder enigszins te besturen was. Begin 20ste eeuw zou de bestuurbaarheid snel verbeteren. In 1897 werd in St. Moritz een eerste bobsleevereniging opgericht. Deze verzorgde grotendeels recreatieve ritjes voor rijke wintersporters op een natuurlijke, aldaar aangelegde baan. Toch werden nog voor de Eerste Wereldoorlog ook al wat wedstrijden georganiseerd. Pas in de jaren '20 van de 20ste eeuw werd het een volwaardige sport.

 

Een bobslee uit 1914 bij een wedstrijd in Roemenië. De besturing en de twee afzonderlijke delen van het onderstel zijn goed zichtbaar. Aanvankelijk was vijf personen een normale hoeveelheid passagiers voor een bobslee.

 

1900: Hoogtijdagen voor de slee

Uit het bovenstaande blijkt het wel: in de jaren direct rond de eeuwwisseling piekte de populariteit van de slee als vervoermiddel door een samenloop van omstandigheden enorm. Avontuurlijke blanke mannen ontdekten de hondenslee als cruciaal middel van transport in poolgebieden, een groeiend aantal mensen kon zich plezierritjes met fraaie arrensleeën veroorloven, in Rusland reden de trojka's vervaard rond en de sleesporten ontstonden met tobogganning in Noord-Amerika en andere sporten in de Zwitserse Alpen. Ondertussen bleef de basisslee kinderen over de hele wereld aantrekken, waarbij zelfs arme kinderen vaak een slee hadden, want hij kan zelf worden gemaakt.

Deze piektijden zullen niet zomaar weer terugkomen, maar zonder sleeën zal de mensheid ook nooit zijn.

 

Kaart van Santa Claus en zijn rendieren, rond 1870. Maker onbekend.

 

 

Bronnen

  • Michael Wright – ‘Reizen en vervoer. Wie weet het? Reeks’. Reader’s Digest. Amsterdam 2006.
  • Wikipedia Nederland (nl.wikipedia.org) – ‘Slee’/ ‘Kaakslee’/ /’Prikslee’/ ‘Stepslee’ / ‘Trojka’ (voertuig)/ ‘Rodelen’ / ‘Skeleton’ / ‘Bobslee’ (18-12-2019)
  • Wikipedia Engeland (en.wikipedia.org) – ‘Sled’/ ‘Toboggan’/ ‘Sled dog’/ ‘Dog sled’/ ‘Orlov Trotter’/ ‘Luge’ / ‘Gardiners Sign List’ (18-12-2019)
  • Bokt.nl - https://www.bokt.nl/wiki/Slee
  • Wolven in Nederland - https://www.wolveninnederland.nl/wolf-en-mens

NB: Een klein gedeelte van de informatie over toboggans, trekdieren, hondensleeën en bobsleeën is voortgekomen uit het besturen van foto's en andere afbeeldingen.

Afbeeldingen

  • Wikimedia Commons - commons.wikimedia.org