Home » Uitvindingen » Beeld en geluid » Cinematografie

NB: Deze pagina wordt momenteel gerenoveerd. Daardoor kan er tijdelijk onvolledige, onjuiste of dubbele informatie in het artikel staan. Excuses voor het ongemak.

Uitvinding van de film

De cinematograaf en de betovering van bewegende beelden

De uitvinding van de film was waarschijnlijk een van de meest tot de verbeelding sprekende ooit. Voor de mensen die er voor het eerst kennis mee maakten was het ronduit magie. Ze begrepen niet hoe het werkte of hoe ze iets konden zien bewegen dat er niet werkelijk was. Bron van dit nieuwe vermaak was de cinematograaf, een handig apparaat dat was uitgevonden door de broers Lumière uit Frankrijk. Deze zou al snel worden gevolgd door een keur aan verbeteringen en aanvullende uitvindingen op het terrein van film- en bioscooptechniek.


 

Kaart voor de voorstelling La belle Jardinière (De mooie tuinierster). 1900. Het is niet duidelijk of het hier een filmvoorstelling betreft of eentje met een toverlantaarn. Zoveel leken beide aanvankelijk op elkaar.

 

Het principe achter film

Een film is feitelijk niets anders dan een serie foto's die zo snel worden afgespeeld dat het bewegende beelden lijken. Het betreft dan echter wel een zeer grote serie foto's die je niet zomaar met een gewone camera kun maken. Ook dienen de foto's op een groot wit vlak, bijvoorbeeld een scherm, geprojecteerd te worden om het filmische effect te verkrijgen. Dat vraagt dus om een projector. De uitvinding van de film, ook wel cinema of cinematografie genoemd, bestaat dus uit zowel camera als projector.

 

Het begin: Muybridge en een paard in galop 

De eerste persoon die met het basisprincipe achter film aan de slag ging was de naar de VS geëmigreerde Britse fotograaf Eadweard Muybridge (1830-1904). Volgens de anekdote wilde een oud-gouverneur van Californië, Leland Stanford, graag weten of een galopperend paard helemaal los komt van de grond. Hij gaf Muybridge de opdracht dit met behulp van foto's te achterhalen.  In 1877 legde de fotograaf daartoe de beweging van de merrie Sallie Gardner vast met twaalf in een rij opgestelde camera's die een complex systeem volgden om alle benodigde foto's te maken. Het lukte echter, en jawel, Sallie kwam helemaal los van de grond.

Het zou echter niet zijn gelukt als Muybridge geen belangrijke verbeteringen aan het fototoestel had aangebracht. Zo wist hij de belichtingstijd van zijn camera's te verkorten van enkele seconden naar een fractie van een seconde, waardoor hij onbewogen foto's kon maken van een bewegend dier. Wat in principe was te danken aan een snelwerkende mechanische sluiter die de fotograaf tot een uitvinder maakte.

Het zou trouwens ook niet zijn gelukt als Muybridge zijn rechtmatige straf had moeten uitzitten voor het vermoorden van de minnaar van zijn vrouw, maar belangrijke connecties wisten dat te voorkomen. 

 

 Sallie Gardner at a Gallop, het allereerste filmpje ooit gemaakt.

 

Het resultaat van de experimenten van Muybridge werd door velen ervaren als spectaculair, maar de manier van fotograferen was natuurlijk erg omslachtig. Uitvinders begonnen na te denken over een betere manier om beweging vast te leggen en te tonen.

Dat deed Eadweard zelf ook. Hij was namelijk geobsedeerd geraakt met het vastleggen en analyseren van bewegende dieren en mensen, waar hij vele nieuwe minifilmpjes van produceerde. Binnen dat kader kwam hij met twee nieuwe uitvindingen. Zo bedacht hij in 1879 de zoöpraxiscoop. Deze vertoonde nageschilderde foto's die op een glazen schijf waren afgebeeld. Als de schijf snel werd rondgedraaid ontstond de illusie van bewegende beelden.

In de basis was dit de eerste filmprojector aangezien dit het eerste apparaat ooit was dat bewegende beelden projecteerde. De mogelijkheden waren echter zeer beperkt en veel meer dan een leukigheidje was het niet.

 

De kinetoscoop: de eerste filmbeelden

Beter zou het zijn om één camera te hebben die heel veel foto's direct achter elkaar weet te maken en een projector die het geheel kan afspelen. Het eerste bruikbare apparaat dat bewegende beelden liet zien was de zogeheten kinetoscoop, ook wel 'kijkdoos' genoemd.

Deze werd in het begin van de jaren '90 van de 19de eeuw bedacht door William Dickson, die destijds in dienst was van Edison. In 1894 kregen ze samen het patent. De kinetoscoop was een muntjesapparaat voor kermissen en attractieparken. Je gooide er een muntje in, waarna je door een soort viewer een kort filmpje kon bekijken. Edison zou zich veel moeite doen om het apparaat te promoten. 

 

'Dickson groet' 1891. Deze beelden van William Dickson zelf waren de eerste bewegende beelden ooit vertoond aan Amerikaans publiek.

 

Er waren wel een aantal nadelen aan de kinetoscoop. Zo duurde de filmpjes erg kort, vaak maar zo'n 20 seconden. Ook kan er maar één persoon tegelijkertijd naar de film kijken. Toch was het een leuk apparaat dat nog tot in de jaren '60 dienst zou doen op pretparken en kermissen.

Op filmgebied werd hij echter al snel overtroffen door de cinematograaf. Op één ding na. Voor de opnames van de kinetoscoop gebruikte men al geperforeerd celluloid van 35mm breed. Dit was hetgeen dat men later 'film' ging noemen. Dat formaat is nog lang het enige geweest dat in de filmwereld werd gebruikt.

 

De cinematograaf: een doorslaand succes

De cinematograaf was het volgende apparaat waarmee bewegende beelden konden worden vertoond, maar dan wel geprojecteerd op een achtergrond, meestal een muur. Dat betekende met name dat er meerdere mensen tegelijkertijd naar de voorstelling konden kijken. Het idee sloeg in als een bom.

Het waren Louis en Auguste Lumière, die de cinematograaf of 'cinématographe' uitvonden. Daarbij was Louis meer het technische brein en Auguste het zakelijke. Ze waren de zoons van een fabrikant van fotografische artikelen uit Lyon en waren dus opgegroeid met fotografie. Na de uitvinding van de kinetoscoop vatten ze gelijk het idee op om deze te verbeteren. Dat leverde een resultaat op dat boven alle verwachtingen verheven was. Op 13 februari 1895 kregen ze het octrooi.

  

 

Louis en Auguste Lumière

 

Op 22 maart 1895 werden de allereerste beelden vertoond. Op 28 december van datzelfde jaar was de eerste betaalde voorstelling. Daarna ging het razendsnel. In januari 1896 kwamen er al 4.000 bezoekers per dag om het nieuwe wonder zelf te aanschouwen.

De cinematograaf was een bijzonder slim apparaat dat camera, ontwikkelaar en projector ineen was. Het had bovendien een handzaam formaat van slechts vijf kilo en er was geen elektriciteit voor nodig. Dat maakte het extra geschikt om mee rond te reizen en mensen door heel Europa en later de rest van de wereld mee te vermaken.

In de cinematograaf werd de film stilgehouden terwijl hij werd geprojecteerd. Iedere keer als het volgend beeld op zijn plaats werd geschoven, verduisterde een sluiter de film heel even. De snelheid hiervan was hoog genoeg om beweging te suggeren.

 

Bioscooptechniek

De bioscoop kreeg ook op technisch gebied een eigen inrichting, opdat de projectie maximaal plaats kon vinden. Zo kwam er een speciale 'lichtbak' voor de belichting van de film. Hiervoor werden booglampen gebruikt.

 

Filmprojector uit 1900

 

Special effects en andere ontwikkelingen op filmgebied

Al vrij snel na de ontdekking van kinetoscoop en cinematograaf gingen mensen experimenteren met film. Dat had de volgende uitvindingen en ontdekkingen tot gevolg:

  • 1895: Thomas Edion kleurt zijn film 'Anabelle's Dance' met de hand in. Daarmee is dit officieel de eerste kleurenfilm.
  • 1896: Regisseur George Meliès ontdekt de 'stop-motion' techniek. Dat is de techniek waarbij modellen worden gefotografeerd in steeds weer een iets andere houding. Als je ze dan achter elkaar afspeelt lijkt het net alsof ze uit zichzelf bewegen. Dit was het begin van de 'special effects'.
  • 1897: George Albert Smith gebruikt voor het eerst 'reverse-motion' effecten in zijn film 'The Sign Writer'.
  • 1998: Dezelfde Smith creërde in de film 'The Corsican Brothers' voor het eerst een doorzichtige geestverschijning.
  • 1901: Regisseur Ferdinand Zecca toonde een horizontale 'split-screen' in 'A la Conquète de l'Air'.
  • 1901: De Brit Cecil M. Hepworth toont voor het eerst 'slowmotion' in de film 'The Indian Chief and the Seidlitz Powder'.
  • 1906: James Blackton Stuart maakte de eerste animatiefilm met 'Humerous Phases of Funny Faces'.  

 Lees hier meer over de eerste 20 jaar van de cinema.

 

 

Bronnen

  • J. Meidenbauer (red.) - 'Het grote boek van uitvindingen en ontdekkingen.' Lisse 2004
  • Wikipedia (nl.wikipedia.org) - 'Cinematograaf'/'Gebroeders Lumière'/Cinematografie'/'Stop-motion' (31-3-2012) / 'Eadweard Muybridge' / 'Zoöpraxiscoop' (7-12-2018)
  • Bioscoopgeschiedenis (www.bioscoopgeschiedenis.com) - 'Bioscoopgeschiedenis en techniek.'
  • Filmgek (www.filmgek.nl) - 'Filmgeschiedenis'.