Home » Uitvindingen » Gebruiksvoorwerpen

Uitvindingen gebruiksvoorwerpen rond 1900

Iedereen een uitvinder en een zakenman

Als er iets door de industrialisatie mogelijk was geworden dan was het wel de productie van nieuwe gebruiksvoorwerpen. Er was ook veel geld aan te verdienen; het betrof ten slotte vaak kleine maar handige producten die in grote oplagen konden worden geproduceerd en verkocht. Speciale aandacht ging daarbij uit naar wegwerpartikelen. Geen enkel product brengt immers zoveel op als eentje dat steeds weer opnieuw gekocht moet worden. Dat wil echter niet zeggen dat het gemakkelijk is om een gebruiksvoorwerp uit te vinden en succesvol op de markt te zetten. Vaak waren er aanvullende uitvindingen nodig om het product rendabel te maken of er moesten speciale machines worden ontworpen die het konden fabriceren. Rond 1900 kwam het dan vaak op de uitvinder zelf aan om dat allemaal op te pakken.


 

Alfred Choubrac - Affiche Baleinine korsetten. Datum onbekend (maar voor 1902). Korsetten en beha's behoorden tot de meest gepatenteerden producten van allemaal.

 

Het uitvinden van een gebruiksvoorwerp

In een aantal opzichten is het uitvinden van een alledaags voorwerp natuurlijk minder heroïsch dan het bedenken van bijvoorbeeld een vervoersmiddel waar je mee kunt vliegen of een apparaat als de telefoon, waarmee mensen ook op grote afstand met hun geliefden kunnen praten. Toch zal het overgrote merendeel van de uitvinders met een eenvoudig gebruiksartikel naar het octrooibureau zijn gestapt. Daar zijn goede redenen voor:

  • Er is meestal niet veel specifieke wtenschappelijke expertise nodig om een nieuw gebruiksartikel te bedenken.
  • Vaak komt het idee voor een bepaald product op het moment dat de uitvinder dit in het dagelijkse leven opeens mist of omdat hij of zij een prangend probleem wil oplossen. Dat gebeurt ook bij mensen die helemaal niet bezig waren iets uit te vinden. Niemand bedenkt zomaar opeens het ontwerp voor een stoomturbine, maar het idee voor een koffiefilter kan je wel zomaar invallen.
  • Hoe onbenullig het product ook lijk te zijn, je kunt er misschien toch veel geld mee verdienen. Er zijn ook genoeg voorbeelden van uitvinders die steenrijk zijn geworden met zo'n 'gewoon' voorwerp.

Dit alles maakt dat het uitvinden van een eenvoudig gebruiksartikel een mooie kans is voor iedereen. Dat is feitelijk nog steeds zo, al staan uitvinders tegenwoordig wat minder in de spotlights dan rond 1900 het geval was.

 

Doosje kleurpotloden van uitvinders Edwin Binney en C. Harold Smith. Kwam op de markt in 1903. Foto uit 1904.

 

Extra kansen vanaf de tweede helft van de 19de eeuw

Het belle époque was een gouden periode voor uitvinders in deze categorie. Dat kwam omdat verschillende ontwikkelingen een enorm potentieel hadden gecreëerd voor nieuwe producten. Onderstaande ontwikkelingen speelden daarbij een rol:

 

  • Nieuwe materialen

In de loop van de 19de eeuw waren verschillende nieuwe materialen uitgevonden die konden worden gebruikt voor nieuwe producten. Meest interessant was ongetwijfeld de ontdekking van synthetisch materialen, met natuurlijk plastic (uitgevonden in 1862) voorop. Ander veelbelovend nieuw materiaal was aluminium (vanaf 1886 beschikbaar).

 

  • Kleinschalige productie

De uitvinding van de zogeheten Otto-motor in 1876 zorgde ervoor dat ook kleinere bedrijven producten op wat grotere schaal konden produceren. Hierdoor hoefde een nieuw product niet langer geschikt te zijn voor massaproductie met door stoomturbines aangedreven megamachines om lonend geproduceerd te kunnen worden.

 

  • Meer vrije tijd

Steeds meer mensen kregen vrije tijd, zowel door de inkorting van arbeidsuren als door de opkomst van machines en apparaten die het werk in huis en op de boerderij vergemakkelijkten. Deze tijd gebruikten sommigen om te gaan knutselen aan een betere toekomst.

 

  • Groeiende welvaart

Door de alsmaar groeiende welvaart konden mensen het zich in toenemende mate permitteren om spullen te kopen buiten de noodzakelijke dagelijkse levensbehoeften om.

 

Uiteindelijk zou het leven tussen 1870 en 1914 verrijkt worden met een keur aan nieuwe gebruiksartikelen op tal van gebieden. Veel van die producten zijn allang weer vergeten, maar andere kunnen wij nauwelijks nog wegdenken uit ons hedendaagse leven.

 

Medewerkers van het 'American Patent Office' in Washington DC aan het werk. Illustratie uit 1869, gepubliceerd in 'Harper's Weekly'.

 

Het wegwerpartikel en de zakelijke uitvinder

Een aantal uitvinders heeft zich bewust systematisch beziggehouden met het uitvinden van wegwerpartikelen. De belangrijkste daarvan was de Amerikaan William Painter (1838-1906), die tenslotte een kleine honderd patenten op zijn naam zou zetten en zijn aanzienlijke fortuin zou bouwen op de uitvinding van de kroonkurk.

De reden was natuurlijk dat wegwerpartikelen erg veel geld kunnen opbrengen, mits het publiek enthousiast is over het product. Het product zal dan steeds opnieuw weer worden gekocht. De mensheid enthousiast was echter wel de grote uitdaging. Veel uitvinders die deze aangingen zou het niet lukken, anderen moesten vele jaren zwoegen voordat het eindelijk zover was.  

 

Machines en/of aanvullende producten

Met het uitvinden van het artikel zelf was men zelden klaar. Om het product ook daadwerkelijk te kunnen fabriceren moest vaak een speciale machine worden gebouwd. Dat hebben veel uitvinders zelf gedaan, soms omdat niemand anders het voor hen deed, maar soms ook omdat ze genoeg wisten van werktuigbouwkunde om het niet uit handen te willen geven. Anderen hebben jarenlang gezocht naar een partner die het wilde en kon doen. Dat bestaande fabrikanten de bouw van zo'n machine bekostigden kwam maar sporadisch voor.

Ook was er soms een extra aanvullende uitvinding nodig om een product werkelijk aantrekkelijk te maken voor de consument. Zo moest William Painter een flessenopener uitvinden om zijn kroonkurk succesvol op de markt te kunnen brengen. Voor de scheermesjes van Gillette was een houder nodig. Daarnaast moesten beide heren bovendien aan geschikte machines zien te komen.

  

 

De Amerikaanse uitvindster Margaret E. Knight vond in 1870 de papieren draagzak uit en was daar bijzonder succesvol mee. Wie dat als uitvinding niet zo indrukwekkend vindt klinken, heeft wellicht meer bewondering voor de bijbehorende 'papieren-zak-machine' die ze ook ontwierp en op de hiernaast afgebeelde patenttekening uit 1879 staat.  

 

Geld verdienen met een uitvinding

Van een uitvinding alleen werd en wordt je niet zomaar rijk. Om deze ook daadwerkelijk succesvol op de markt te brengen dient hij rijp te worden gemaakt voor zowel een lonende productie als voor goede afzetmogelijkheden. Binnen dit kader moet rekening worden gehouden met de volgende zaken:

  • De productiekosten moeten laag blijven, omdat anders de verkoopprijs van het product te hoog werd. Mensen zouden het dan niet kopen, hoe handig het product in kwestie ook mocht zijn.
  • Mogelijk moet er een standaardisering van reeds bestaande producten plaatsvinden om succesvolle exploitatie van het nieuwe product mogelijk te maken. Fabrikanten moeten dan worden overgehaald zo’n aanpassing uit te voeren. Het moge duidelijk zijn dat zoiets niet zomaar tot stand komt. Meestal is hier veel overtuigingskracht voor nodig.
  • Er moeten fabrikanten bereid worden gevonden het product op de markt te brengen of de uitvinder moet zelf een bedrijf op poten zetten om het te doen.

 

Affiche van de firma Goldschmidt, Bachrach & Co. voor een gepatenteerde 'duimhandschoen' voor dames. 1890-1900.

 

In de praktijk blijkt dat het laatste, de uitvinder die zelf zijn product gaat produceren, in het verleden beduidend vaker voorkwam dan tegenwoordig. De scheidslijn tussen uitvinders en zakenlieden was niet altijd duidelijk. Velen vonden een product uit om een bedrijf te kunnen beginnen. Anderen zagen een toevallige uitvinding als een ongedachte kans een eigen bedrijf te beginnen. Vaak ook ontstond er een partnerschap tussen een uitvinder en een zakenman in zijn directe omgeving.

Tegenwoordig ligt dat heel anders en hebben uitvinders niet het benodigde startkapitaal om een bedrijf op te zetten of is dat gewoonweg niet lonend voor het product in kwestie. Het zoeken van een geschikte en bereidwillige fabrikant is dan ook de normale gang van zaken voor een hedendaagse huis-tuin-en-keuken uitvinder.

Wie de verhalen op deze site leest zal echter merken dat rond 1900 de uitvinder die met zijn of haar product bij fabrikanten heeft geleurd in de minderheid is. Alleen om een eventuele standaardisering rond te krijgen waren uitvinders wel eens tot zo’n beproeving gedwongen. Liever echter sloegen ze dat over en probeerden ze zelf de vruchten te plukken van hun eigen inventiviteit. tenslotte was dat ook het hele idee achter een patent. Van slapend rijk worden nadat je een keer een goed idee had gehad, was dan ook geen sprake. De uitvinding was niet het einde van de weg, maar het begin ervan. 

 

Moeders kerstcadeau gebruiken. Affiche voor een handige nieuwe hulp in het huishouden, een rolveger van C. Dreichenbach's Sons, +/- 1900.  Het idee dat een huishoudelijk artikel zo simpel was dat zelfs een kind het kon hanteren ('een kind kan de was doen') was bijzonder populair in reclames rond 1900.  

 

 

Bronnen

  • Grauls M. -  'De uitvinders van het dagelijks leven.' Leuven 2000 
  • Vries L. de - 'Knotsgekke uitvindingen van de 19de eeuw.' Houten 1988
  • J. Meidenbauer (red.) - 'Het grote boek van uitvindingen en ontdekkingen.' Lisse 2004

Afbeeldingen

  • Wikipedia Commons (commons.wikipedia.org)