NB: Dit artikel wordt momenteel gerenoveerd. Daardoor kan er tijdelijk foutieve, onvolledige of dubbele informatie op de pagina staan. Excuses daarvoor. 

 

De uitvinding van de beha

Een welkom alternatief voor het knellende korset

Net als veel andere producten is de uitvinding van de bustehouder, kortweg beha of BH genoemd, eigenlijk in meerdere fasen verlopen. In grote lijnen was het kledingstuk echter nog net voor de Eerste Wereldoorlog een feit. Een keur aan voornamelijk vrouwelijke uitvinders en de Franse modeontwerper Paul Poiret speelden daarbij een belangrijke rol. Daarmee kwam er eindelijk een geduchte concurrent voor korsetten die maar al te vaak knelden of anderszins ongemakkelijk zaten en soms zelfs zo strak werden getrokken dat ze gezondheidsproblemen konden veroorzaken. 

 

Manuel Orazi - Affiche voor Job vloeipapiertjes. Bron: Wikimedia Commons/ Flickr

De vrouw op de poster is Mata Hari. Ze was een van de belangrijkste popularisatoren van de beha. Het soort van luxe, gedecoreerde, art nouveau beha-top dat ze hier draagt, werd haar handelsmerk.

Inhoudsopgave

  • Het korset, een beproeving...
  • ... of toch niet?
  • De korset controverse
  • Uitgelicht: De reformbeweging
  • Een korte voorgeschiedenis van de beha
    • Middeleeuwen
    • Vroegmoderne tijd
    • Tussen 1780 en 1830
    • Na 1830
  • Voorlopers in de 19de eeuw
  • Herminie Cadolle en Le Bien-Être
  • Patenten in de jaren '90 van de 19de eeuw
    • De breast supporter van Marie Tucek
    • Eerste patenten in Duitstalige landen
    • Geen succes
  • Het droit-devant korset
  • Paul Poiret en de bevrijding van de vrouw
  • Sigmund Lindauer en de Hautana
    • In productie genomen
  • Mary Phelps Jacob en de backless brassière
    • Het patent
  • Hoe de beha gemeengoed werd
  • Noten
  • Bronnen

Het korset, een beproeving...

Tot in de 20ste eeuw droegen vrouwen, en dan met name die uit de betere klassen, eeuwenlang korsetten. Een korset is een lijfje aan één stuk dat bedoeld is om borsten, buik en billen van de vrouw ondersteuning te geven. Vaak werden ze echter ook gebruikt om figuurcorrecties uit te voeren op het lichaam. Het verschilde per tijdperk welke en hoeveel correcties er precies gewenst waren en hoe strak de korsetten wel of niet werden aangetrokken. 

Afgezien daarvan moet worden opgemerkt dat er in iedere tijd verschillende typen korsetten aanwezig waren, die lang niet allemaal even strak zaten of het lichaam afknelden. Veel van die korsetten waar vooral bedoeld als ondersteuning. De problemen vonden vooral plaats rond korsetten die uitermate strak werden aangetrokken. Dat staat ook in het Nederlands wel bekend als tight-lacing. Het Nederlandstalige woord 'insnoeren' is wat dat betreft niet altijd onderscheidend genoeg.

Helaas liep dit gedurende de 19de eeuw enkele malen uit de hand. Halverwege de eeuw ontstonden de beruchte wespentaillekorsetten. Dat waren korsetten die erop gericht waren om de taille van de vrouw zo ver mogelijk in te snoeren dat ze een bijzonder afgetekend zandloperfiguur kreeg. Het zandloperfiguur werd gedurende bepaalde historische periodes gezien als het ideale vrouwenpostuur.

Wespentaillekorsetten snoerden het middenrif van de vrouw zozeer in dat dit de vrouw in haar doen en laten kon belemmeren, ademhalingsklachten kon veroorzaken of andere gezondheidsklachten als galzucht, zenuwziektes en problemen met de spijsvertering. Werd het korset veel gedragen kon het lichaam zelfs vergroeien.

 

Maker onbekend - Dame met wespentaille op een hek zittend, tweede helft 19de eeuw. Bron: Wikimedia Commons

Deze waarschijnlijk Duitse vrouw draagt een extreem wespentaillekorset, wat nog eens extra wordt geaccentueerd door de jurk. De paraplu die ze achter haar rug houdt, helpt haar rechtop te blijven zitten. 

 

...of toch niet?

In hoeverre korsetten werkelijk een gezondheidsprobleem waren is tegenwoordig wel de vraag. Recentelijk hebben historici bewijs gevonden dat sommige mannelijke 19de-eeuwse artsen het korset ten onrechte aanwezen als schuldige voor allerlei gezondheidsproblemen en daartoe zelfs valse informatie verspreiden. Dit om het zelfrespect en de maatschappelijke invloed die vrouwen in de 19de eeuw aan het winnen waren de kop in te drukken. Tevens blijkt het in de praktijk wel mee te vallen met veel van die korsetten, aldus hedendaagse vrouwen die dat hebben uitgeprobeerd.¹

Dat neemt echter niet weg dat veel vrouwen wel degelijk een hekel hadden aan het dragen van korsetten en zich daar openlijk over beklaagden, vooral in de 19de eeuw. Het was tenslotte wegens hun eigen ongemak dat juist vrouwen beha's uitvonden. De helft van alle patenten die zijn aangevraagd voor beha's, ook rond 1900, kwam van vrouwen, terwijl vrouwen destijds maar zelden een patent aanvroegen.

 

Pierre Carrier-Belleuse - Jonge vrouw die haar korset vastmaakt, 1893. Bron: Wikimedia Commons

Het dichtrijgen van een korset was nog een heel gedoe, zeker voor vrouwen zoals deze, die het zonder hulp moesten redden. In je eentje kreeg je het ook nooit zo strak als wanneer iemand anders het deed, maar misschien was dat maar goed ook.

 

De korset controverse

Het zeer strak trekken van een korset kreeg ook in de 18de eeuw al de nodige kritiek, maar de mogelijkheden deze publiekelijk te uiten waren beperkt. Het bleef vaak bij spotprenten. 

In de loop van de 19de eeuw kreeg de discussie over korsetten en de al dan niet voorkomende gezondheidsrisico's ervan veel meer vorm. Er waren nu kranten en tijdschriften waarin men een mening kon laten horen en anders drukte je een eigen pamflet. Vrouwen deden zelf volop mee aan de discussies, of ze nu voor waren of tegen. Het werd een heftige controverse.

 

Maker onbekend - Illustratie bij een Franse advertorial geschreven door M. F. Lacroix voor het Corset Physiologique ontworpen door Mme F. Lacroix en gepubliceerd onder de titel Le Corset de toilette au point de vue esthétique et physiologique. in 'Librairie Médicale et Scientifique', p56-60.

Hoewel er nog steeds een smalle taille is, is dit korset een duidelijke poging tot het bieden van een comfortabeler alternatief. De bijbehorende advertorial legt gedetailleerd uit hoe dit korset de problemen die andere korsetten geven, tegengaat.

 

Voor- en tegenstanders vlogen elkaar met enige regelmaat in de haren, waarbij voorstanders van het korset het vaak een gruwel vonden dat een vrouw er niet gracieus uit zou zien. Gratie was het belangrijkste Victoriaanse ideaal om te bereiken voor een vrouw en het dragen van een korset was daarbij nodig.² Tegenstanders wezen op de gezondheidsrisico's (vaak artsen) of op het gebrek aan draagcomfort (vaak vrouwen). 

Uiteindelijk kwam deze discussie bekend te staan als de korset controverse of de korset kwestie. Hij was niet overal even heftig en ging in golven op en neer, maar de discussie werd vroeg of laat bijna overal in Europa en de VS wel gevoerd. Velen werden erdoor gedreven naar alternatieven te gaan zoeken, waardoor het aantal patenten dat is afgegeven eerst voor korsetten en later ook beha's zeer hoog is.

 

Uitgelicht

De reformbeweging

Vooraanstaande vrouwen die zich stoorden aan knellende korsetten begonnen zich te weren tegen korsetten en strakke kleding. Dit kwam bekend te staan onder verschillende namen als de Reformbeweging, of de Aesthetic dress

De beweging was nauw verbonden met voorstanders van sportkleding voor vrouwen, zoals de befaamde bloomers fietsbroeken.

Het begon al ergens halverwege de 19de eeuw en verspreidde zich naar  verschillende landen. In Nederland ontstond in 1899 de Vereeniging voor Verbetering van Vrouwenkleeding (V.v.V.v.V.).

Al deze vrouwen wilden het korset weg, maar wilden ook jurken die nergens strak zaten of knelden. Als alternatief boden ze zogeheten reformkleding. Deze kwam in soorten en maten. Zo waren er broekrokken en kortere rokken voor het gemak, maar ook allerlei losser vallende jurken.

Onder de jurk droegen vrouwen aanvankelijk  lijfjes i.p.v. korsetten. Deze boden steun op de juiste plekken en verder niets, maar bestonden wel nog steeds uit één stuk. Later kwamen er wel ook reformbeha's.

 

Uiteindelijk was de reformbeweging was te streng en te sober om echt aan te slaan bij een groot publiek. Japonnen verwerden soms tot een soort van toga’s met wijde mouwen. Ze kwamen in neutrale kleuren en zonder dat er ook maar het minste of geringste overbodige knoopje op mocht zitten. Bovendien presenteerden veel van de advocates van de beweging zichzelf nogal drammerig.

Toch heeft de reformbeweging wel wat bereikt en bovendien indirect gestimuleerd dat ook anderen naar nieuwe oplossingen zijn gaan zoeken, maar dan iets meer sexy.

 

Maker onbekend - Nederlandse promotiefoto voor een jurk in reformstijl, voor 1911. Bron: Wikimedia Commons/ Beeldbank Spaarnstadphoto 

 

Een korte voorgeschiedenis van de beha

Het was niet nieuw voor de 20ste eeuw, het idee achter de beha. Op geen stukken na zelfs. Er zijn afbeeldingen, beelden en tekstfragmenten uit de Griekse en Romeinse geschiedenis bekend die verwijzen naar beha-achtige kledingstukken door vrouwen gedragen. Deze heetten een strophium en waren een soort band die de vrouw om haar borsten bond. Op de bekendste afbeelding, een mozaïek uit een Romeinse villa op Sicilië, staan vrouwen te sporten in een strophium. Helaas is niet bekend of vrouwen deze kledingstukken regelmatig droegen of alleen bij bepaalde gelegenheden. 

Middeleeuwen

In enkele middeleeuwse geschriften zijn verwijzingen gevonden naar onderhemden waarin zakjes zaten genaaid als een soort van cups avant le lettre

In 2008 hebben archeologen bij een Oostenrijks kasteel de resten van vier linnen beha's gevonden tussen ander textiel in. Een van deze beha's lijkt erg veel op een moderne. Koolstofdatering heeft uitgewezen dat de beha's uit de 15de eeuw stammen en daarmee tellen als middeleeuws.

 

Kenton Greening (foto) - De kroning van de winnaar; Mozaïek in de Villa Romana del Casale bij Piazza Armerina op Sicilië, 2013. Bron: Wikimedia Commons

De Villa Romana del Casale stamt waarschijnlijk uit het begin van de 4de eeuw na Chr. en herbergt een overweldigende hoeveelheid mozaïeken. 

Vroegmoderne tijd

In de 16de eeuw kwamen de voorlopers van het korset op in de vorm van lijfjes op. Daarna waren deze lijfjes en later echte korsetten het te dragen ondergoed voor dames. Daar kwam pas eind 18de eeuw voor het eerst de klad in.

Tussen 1780 en 1830

Vanaf ongeveer 1780 werd in Groot-Brittannië de Empire stijl populair (al werd deze pas later zo genoemd werd). Deze laat zich kenmerken doordat de tailleband van jurken direct onder de borsten zat en van daaruit een loshangende maar slank afkledende jurk naar beneden viel. De jurken roepen daarmee associaties op met Griekse en Romeinse kledingstukken.

Dat was ongeveer een decennium later koren op de molen van Franse revolutionairen, die de stijl naar Frankrijk haalden. Tot ongeveer 1830 raakte het korset daardoor internationaal uit de gratie en droegen vrouwen jurken met strakke lijfjes.

 

Maker onbekend - Kort, elastisch korset uit Frankrijk, 1803. Bron: Wikimedia Commons

 

Tussen 1810 en 1820 , tijdens de zogeheten Regency periode, droegen vrouwen lijfjes die wel ondersteunden maar niet insnoerden. Sommige van die lijfjes waren ook maar kort en lieten de taille en de heupen zelfs helemaal ongemoeid. Soms waren ze zelfs enigszins elastisch van aard. Dit komt al heel dicht in de buurt van een beha. Helaas was dat na ongeveer 1830 weer grotendeels afgelopen en begonnen de crinolines en wespentaillekorsetten aan hun opmars.

Na 1830

De eerder vermelde korsetkwestie die nu aanzwol, leidde door de hele eeuw heen tot pogingen andere typen korset te bedenken. Er zijn dan ook talloze patenten afgegeven op korsetten. Al had dat misschien ook te maken met het feit dat een korset dat internationaal in de mode zou geraken, haar uitvinder rijk maakte.

Maar veel goed bedoelde pogingen om vrouwen meer comfort en ondersteuning te bieden en toch ook een mooie figuurlijn, zaten er zeker tussen. En uiteindelijk leidde precies deze bedoelingen tot de uitvinding van de beha.

Eén echte uitvinder van de beha valt echter niet aan te wijzen. Verschillende patenten deden een stapje vooruit naar het kledingstuk dat wij nu kennen, maar niemand kan tellen als dé uitvinder van de beha. 

 

Charles Henry Turner - Een kokette koloniale dame, tweede helft 19de eeuw. Bron: Wikimedia Commons

Historische weergave van een (Amerikaanse?) vrouw gekleed in Regency stijl met hoge bonnet en reticule (damesbuideltje). Dat ze geen dwingend korset draagt is duidelijk. Ze laat ook zien dat zo'n strak korset echt nergens voor nodig is.

 

Voorlopers in de 19de eeuw

In de loop van de 19de eeuw zijn er verschillende patenten afgegeven voor beha-achtige kledingstukken die bedoeld waren om korsetten mee te vervangen en mogen tellen als voorlopers. Enkele voorbeelden zijn:

  • In 1859 kreeg Henry S. Lesher uit New York het patent op een beha-achtig kledingstuk dat een "symmetrical rotundity" gaf aan de boezem.
  • In 1863 patenteerde een andere Amerikaan, Luman L. Chapman, een 'korset substituut' dat aan een beha doet denken.
  • In 1876 kreeg kleermaakster Olivia Flynt wel vier patenten voor haar Ware Korset, ook wel bekend als de Flynt-taille, bedoeld voor wat gevuldere dames. Dit was meer een lijfje in de sfeer van reformkleding dan een beha, maar als je het bovenstuk eraf zou knippen had je praktisch een beha.

Afgezien hiervan ontwierpen talloze korsetmakers eigen kledingstukken waarvoor nooit patenten zijn aangevraagd, laats staan afgegeven. Sommige van deze kledingstukken lijken al zoveel op een beha dat je het nauwelijks nog een voorloper kunt noemen. 

Olivia Flynt kreeg wel enige klandizie, maar de meeste van deze voorlopers sloegen niet echt aan. Dat kwam doorgaans omdat ze nogal duur waren, waardoor ze alleen werden gekocht door welgestelde vrouwen die geen korset wilden of konden dragen.

 

Maker onbekend - Tekening van een zogeheten elastische compressie soutien-gorge uit een catalogus uit 1907 van korsetmakers Rainal Frères, die gespecialiseerd waren in fysiologische korsetten. Bron: Wikimedia Commons

Fysiologische korsetten waren vaak bedoeld voor vrouwen met aandoeningen of ziektes. Ook deze beha werd bedacht voor vrouwen met kwetsbare borsten of bepaalde afwijkingen. Leon en Jules Rainal begrepen blijkbaar nog niet dat een beha als deze de toekomst had voor heel veel vrouwen.

 

Herminie Cadolle en Le Bien-Être

De eerste uitvinding die at meer wortel zou schieten was die van de Française Herminie Cadolle (1845-1926, geboren als Eugénie Herminie Sardon). Zij kwam met iets dat je een tweedelig korset zou kunnen noemen, maar waar toch een bovenstuk bij hoorde dat al veel leek op een beha. 

Herminie Cadolle was de dochter van een dakdekker en groeide op in een dorp aan de Loire. In 1860 trouwde ze daar met Ernest Philippe Cadolle en een jaar later kregen ze een zoon. Meteen hierna vertrok het jonge gezin naar Parijs. Daar kwam Herminie te werken in naaiateliers die gespecialiseerd waren in onderkleding.

Zij en haar man sympathiseerde echter met de militant socialistische Parijse Commune van 1871. De gewelddadige onderdrukking hiervan werd Cadolle uiteindelijk teveel in 1887 en samen met haar gezin vluchtte ze naar Buenos Aires, waar leden van de commune veelal heen trokken. In Argentinië besloot ze een winkel te openen in op maat gemaakte lingerie. In 1889 keerde ze terug in Parijs, waar ze een vergelijkbare winkel opende.

 

Herminie Cadolle - Promotietekening van de Bien-Être in zijn geheel, 1900. Bron: Wikimedia Commons/ Maison Cadolle

 

Bronnen spreken elkaar tegen over waar ze haar uitvinding nu precies deed, in Buenos Aires of toch pas later in Parijs. Er bestaat ook een verhaal dat het gedurende de lange zeereis naar Argentinië was dat ze steeds meer last kreeg van haar knellende korset. Toen ze er genoeg van had knipte ze het ding in twee delen, waarna ze de reis een stuk prettiger voort wist te zetten.³ Als linkse en feministische vrouw zal ze het echter ook eens zijn geweest met de kritiek op het korset.

Hoe dan ook, in 1889 vroeg ze in Parijs het patent aan op het tweedelige korset dat ze Le Bien-Être noemde, Het Welbehagen. Ook presenteerde ze haar vinding op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1889. In 1899 kreeg ze het patent op een nieuwe versie van haar uitvinding.

De bienêtre bestond uit een corselet ofwel een rijglijfje, en een soutien-gorge  (aanvankelijk corselet-gorge genoemd), een boezemsteun met schouderbandjes. Dit was nog steeds meer stof, baleinen en rijgkoorden dan de hedendaagse vrouw gewend is, maar het middenrif van de vrouw was vrij. De soutien-gorge was bovendien duidelijk een eerste soort van beha. In Frankrijk wordt deze term dan ook nog steeds voor een beha gebruikt. 

 

Herminie Cadolle - Patenttekening van de soutien-gorge, 1899. Bron: Wikimedia Commons/ European patent Office 

 

Rond die tijd kwam er ook een nieuw materiaal op de markt dat hevearubber heet. Dat kon je gebruiken om textiel elastisch mee te maken. Cadolle liet zich hier meteen over informeren en verbeterde er de bienêtre drastisch mee.

Aanvankelijk had ze niet zoveel succes met haar uitvinding, maar het zou beter worden. Op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900 werden een hele serie corselets en soutien-gorges gepresenteerd, waaronder ook weer nieuwe modellen van Cadolle. Er was op dat moment een tropisch warme zomer gaande, waardoor veel dames zich alsnog interesseerden voor de nieuwe lingerie, die luchtiger was dan de meeste korsetten.

 

Anoniem - Korset en beha in lichtblauw gebrocadeerde batiste. De busk komt niet hoger dan de taille. Het korset past goed om de heupen, 1907. Bron: Wikimedia Commons/ Anoniem - Les Dessous Élégants, page 107

Een op de Bien-Être geïnspireerd alternatief uit een Franse catalogus, dat wat minder omvangrijk is en wat soepeler lijkt te vallen. Er is ook een onderjurk meegenomen in het geheel.  

 

Hierna verbleef Herminie nog enige tijd in Zuid-Amerika, maar in 1910 vestigde ze zich definitief in Parijs, waar ze een exclusief lingeriehuis opstartte. Tegen die tijd werd de soutien-gorge ook al los verkocht als een moderne beha. Aldus werd ze de ontwerpster voor beroemde dames als prinsessen, actrices en danseressen. Zo naaide ze bijvoorbeeld een beha met geheime binnenzakjes voor Mata Hari, een van de eerste grote aanhangsters en popularisatoren van de beha.

Tegenwoordig bestaat het huis Cadolle nog steeds, wordt het geleid door een achterkleindochter van Herminie en bevinden zich nog altijd beroemde vrouwen onder de clientèle.

Patenten in de jaren '90 van de 19de eeuw 

Ook na het patent van Cadolle bleven er nieuwe bijkomen voor kledingstukken gericht op de buste. Men voelde dat er nog veel ruimte voor verbetering was.

De breast supporter van Marie Tucek

De Amerikaanse Marie Tucek die in 1893 een patent kreeg voor een breast supporter (borstondersteuner) die bestond uit steunvormen voor elke borst boven een steunplaat van metaal of karton die vervolgens werd bekleed met stof. Hij was bovendien voorzien van schouderbanden en een haak-en-oog sluiting aan de achterkant.

Dit klinkt verrassend veel als een hedendaagse beugelbeha. Helaas is er verder bar weinig bekend over Marie, behalve dat ze in New York woonde. Daarmee ziet het er niet naar uit dat er ook maar iets is gebeurd met haar uitvinding. Desondanks wordt ze steeds vaker genoemd als uitvinder van de beugelbeha.

 

Marie Tucek - Patenttekeningen voor de breast supporter, 1893. Bron: Wikimedia Commons/ European Patent Office 

Het is duidelijk dat deze borstondersteuner niet als opzichzelfstaand kledingstuk dienst kon doen. Hier moest nog andere lingerie overheen gedragen worden.

 

Eerste patenten in Duitstalige landen

In Centraal-Europa waren tot nog toe geen uitvinders opgestaan met een belangrijke vernieuwing op beha-gebied, maar dat veranderde na 1890. Verschillende patenten werden afgegeven in Duitstalige landen.

  • In 1892 kreeg de Weense kleermaakster Marianne Bendl een patent op een Büsenschützer die naar verluid sterk doet denken aan hedendaagse sportbeha's. helaas is ook hier verder niets over bekend.
  • In 1893 kreeg de Zwitser Hugo Schindler een patent op een Büstenhalter. Deze had twee ruime, aan een gordel bevestigde 'kappen' en op de rug kruislings lopende schouderbandjes. De gordel is omslachtig en lijkt geen verbetering, maar de genoemde kappen lijken verrassend veel op hedendaagse cups.
  • In 1899 werd het eerste Duitse patent afgegeven op een 'lijfje gedragen als bustehouder' aan lerares heilgymnastiek en masseuse Christine Hardt uit Dresden. Ze had haar uitvinding samengesteld uit twee samengeknoopte zakdoeken waar aan de zijkanten bretels doorheen waren geregen om het geheel vast te maken. Een belangrijk voordeel was dat zowel de stof als de bretels verstelbaar waren zodat de bustehouder kon worden aangepast op de grootte van de borsten. 

Geen succes

Helaas zou ook geen van deze uitvindingen ooit enig commercieel succes hebben. Sterker nog, het was juist weer een nieuw korset dat in de nieuwe eeuw alle aandacht naar zich toezoog. En dit korset lachte alle pogingen om ergonomisch verantwoorde beha's, lijfjes of korsetten te ontwikkelen recht in het gezicht uit.

 

Anna Fischer-Dückelmann - Rokdrager naar juffrouw Hardt uit Dresden, 1911. Bron: Wikimedia Commons/ Anna Fischer-Dückelmann  - Die Frau als Hausärztin, 1911

 

Het droit-devant korset

Kort na het aanbreken van de 20ste eeuw drong de S-lijn, die sterk verbonden was met de Art Nouveau kunststroming de modewereld binnen. Binnen de Art Nouveau was een ronde sinuslijn erg geliefd en nu diende zelfs het vrouwenlichaam de vorm van de S te maken en dat alles inclusief een zandloperfiguur met wespentaille.

Om dat voor elkaar te krijgen werd het zogeheten droit-devant korset ontworpen, wat zoiets betekent als 'rechte voorkant korset' (straight-fronted corset in het Engels). Dat korset drong het lichaam in een even elegante als onnatuurlijke positie. De kaarsrechte voorkant duwde de buik naar achteren, waardoor de boezem naar voren kwam en het achterwerk extra naar achteren werd gedrukt. Afgezien daarvan dwong dit korset niet alleen de taille, maar ook de rest van het bovenlichaam in een smalle kokervorm, akelig smal soms. 

Maar weinig korsetten waren ooit zo berucht als het droit-devant. Slechts zelden werden zoveel potentiële gezondheidsproblemen gemeld tot permanente vergroeiingen aan toe. Niets aan dit korset stond in het teken van steun te geven aan het vrouwenlichaam, alles was gericht op dat ene ding: het bereiken van de S-lijn.

 

Giovanni Boldini - Portret van Mrs. Howard Johnston, 1906. Bron: Wikimedia Commons

'Mrs Howard Johnston' had zelf ook een naam en die luidde Dorothy Florence Baird. Op dit schilderij is ze het toonbeeld van een dame met een S-lijn figuur, dat nog eens wordt geaccentueerd door de sleep. Het lijkt erop dat het lijfje van haar jurk tevens haar korset is. 

 

Paul Poiret en de bevrijding van de vrouw

De Parijse modeontwerper Paul Poiret (1879-1944) kreeg als een van de eersten genoeg van het droit-devant. Hij ging op zoek naar lossere kleding die toch elegant zat. Aangezien hij ook gevoelig was voor Oosterse invloeden werd de kimono zijn belangrijkste bron van inspiratie. Tussen 1906 en 1908 verhoogde hij de taille van zijn jurken, zodat deze voortaan recht naar beneden vloeiden. Daarmee roepen zijn ontwerpen ook enige associaties op met de empire-lijn en jurken uit de oudheid.

Poiret zal ongetwijfeld bekend zijn geweest met de bienêtre. Toch ontwierp hij een eigen alternatief voor het korset. Dat werd een zachte gordel van rubber met daarbij een losse beha; een oplossing die ergens tussen de bienêtre met extra corselet en de losse beha inzit.

Hierna riep hij zichzelf uit tot 'Bevrijder van de Vrouw’, wat aansloeg bij veel Parijse dames. Vanaf 1908 is het definitief gedaan met de S-lijn en breekt De eeuw van Poiret in de mode aan, zoals men toen dacht. Uiteindelijk zouden ook zijn ontwerpen de eeuw natuurlijk niet halen, want dat doet niets in de modewereld. Maar hij had de geest wel uit de fles gelaten en er volgden weer nieuwe pogingen een definitieve beha uit te vinden.

 

Paul Iribe - Illustratie van drie jurken van Paul Poiret uit Iribes boek Les Robes de Paul Poiret, 1908. Bron: Wikimedia Commons

 

Sigmund Lindauer en de Hautana

In 1904 ontwikkelde de nog jonge Duitse korsetmaker Wilhelm Meyer-Ischlen een 'borstondersteuner zonder onderstuk', waarvoor hij op een latere datum alsnog een patent zou krijgen.

In 1912 zette  niet hijzelf maar zijn schoonvader, de Duitse lingeriefabrikant Sigmund Lindauer (1862-1935) een stap verder met het patent op de Hautana. Dat was een nauwsluitende beha, hautnahen Büstenhalters in het Duits, gemaakt van elastisch zijdetricot. Dit was de eerste beha waar geen baleinen in zaten en die bovendien zonder verdere verstijving direct op de huid gedragen kon worden.

In productie genomen

De Hautana werd ook als eerste behaontwerp ooit in productie genomen, namelijk door de firma Mechanische Trikotweberei Ludwig Maier & Cie uit Böblingen. En met succes, de Hautana ging de wereld over en zou in tal van landen een patent krijgen. Zij werd echter al snel gevolgd door de brassieres van merken als DeBevoise en Bien Jolie, die ook in grote hoeveelheden werden geproduceerd en middels advertentiecampagnes verkocht.

Dat het desondanks gebeurde dat een Amerikaans meisje uit de high society meer dan een eeuw lang de eer kreeg toegemeten de 'eerste moderne beha' te hebben uitgevonden, is waarschijnlijk het gevolg van het feit dat zij het eerste patent voor een enigszins succesvolle beha in de VS kreeg. Daar is tegenwoordig van alles op af te dingen, maar een leuk verhaal blijft het wel.

 

Maker onbekend - Advertentie voor de Hautana, 1916. Bron: Wikimedia Commons/ Brand-History.com

 

Mary Phelps Jacob en de backless brassière

De Amerikaanse Mary Phelps Jacob (1892-1970, roepnaam Polly) was van goede huize. In 1910 zou ze als 19-jarige naar een debutantenbal gaan. Daarvoor had ze een korset verstevigd met baleinen en voorzien van een dwingend strakke voorkant klaarliggen. Dit korset had ze al eerder gedragen, maar ditmaal stak het ''doosvormige harnas van walvisbot en roze touw" onder haar jurk uit. 

Daarop droeg ze haar dienstmeisje op twee zakdoeken, wat roze lint en naaigerei te halen. Vervolgens maakten ze daar samen een soort beha van en dat droeg ze naar het bal in plaats van haar korset. Na afloop werd ze bestormd door andere meisjes die wilden weten waarom Polly zo vrijelijk wist te bewegen. Nadat ze hen haar nieuwe ondergoed liet zien, wilde de anderen dat ook.

Voor een dollar maakte ze beha's voor haar vriendinnen. Toen onbekende vrouwen haar eveneens begonnen te benaderen, drong het tot haar door dat er zakelijk succes te behalen viel met het door haar bedachte kledingstuk.

 

Paul Poiret

Maker onbekend - Portret van Paul Poiret, ±1913. Bron: Wikimedia Commons/ Library of Congress, Prints and Photographs Division

Sigmund Lindauer

Maker onbekend - Portret van Sigmund Lindauer, 1928. Bron: Wikimedia Commons/ Illustrierte Zeitung, bd 107 nr 4341, mei 1928

Mary Phelps Jacob

Maker onbekend - Caresse Crosby/ Mary Phelps Jacob 1922. Bron: Wikimedia Commons/ Linda Hamalian - The Cramoisy Queen, 2005

 

Het patent

In 1914 vroeg Mary Phelps Jacob het patent aan op de backless brassière zoals ze haar nader uitgewerkte vinding had genoemd. Het ontwerp had schouderbandjes om de bovenste gedeelten van de beha op hun plaats te houden en omwikkelbare veters voor de onderste delen die aan de voorkant van het lichaam vastgeknoopt werden.

Hierdoor konden vrouwen jurken dragen met een diepe uitsnijding op de rug, maar bleef hij ook zitten bij zelfs de meest sportieve inspanningen. Of zo claimde ze. De bedoeling was niet dat hij los werd gedragen maar over een laag korset heen. Op een van de patenttekening is te zien dat de backless bijna de hele buik van de vrouw besloeg. Daarmee was hij dus lang niet zo modern en praktisch als de Hautana, die meteen als beha te herkennen is. 

De backless brassière werd niet echt een succes. Polly, die sinds begin jaren '20 Caresse Crosby heette, had wel een zaak geopend en verkocht enkele duizenden exemplaren, maar dat was het. Uiteindelijk sloot ze de zaak weer en vertrok met haar echtgenoot Harry Crosby naar Parijs, waar het echtpaar een belangwekkende uitgeverij opstartte. Haar patent verkocht ze aan Warner Brothers Corset Company die ook niet veel geld zouden verdienen aan de beha. Wel zouden zij uiteindelijk $15 miljoen overhouden aan het patent zelf.

 

Mary Phelps Jacob - Patenttekening pagina 1 voor de backless brassière, 1914. Bron: Wikimedia Commons

Mary Phelps Jacob - Patenttekening pagina 2 voor de backless brassière, 1914. Bron: Wikimedia Commons

 

Hoe de beha gemeengoed werd

Hoewel Herminie Cadolle bekende dames wist aan te trekken om haar exclusieve lingerie te promoten, Paul Poiret erg invloedrijk was en de Hautana zijn eerste successen vierde, had de beha voor de Eerste Wereldoorlog een alles behalve sexy imago. Hij werd vooral geassocieerd met de reformbeweging en vrouwen die te omvangrijk en/of te oud waren voor een wespentaillekorset. Wellicht droegen vrouwen er een als ze gingen sporten of anderszins intensief bewegen, maar verder niet. Een modieuze vrouw die er goed uit wilde zien bleef een korset dragen.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd het echter steeds moeilijker korsetten te blijven maken. Korsetten zaten doorgaans vol met baleinen (dunne, buigzame keratinestaven) en die waren destijds nog afkomstig uit de baard van een baleinwalvis. Daar was na het uitbreken van de oorlog nog maar moeilijk aan te komen. Tegelijkertijd namen tijdens de Great War vele vrouwen de banen over van mannen die naar het front waren vertrokken. Daardoor kregen ze meer interesse voor praktische kleding en draagcomfort, wat eveneens ten gunste van de beha uitpakte. Daardoor begonnen beha's nog tijdens WOI aan hun definitieve opmars.

Dat liep gelijk op met de strijd om het vrouwenkiesrecht, die kort na de oorlog ook een omslag kende. Latere feministes zouden zich onderscheiden door hun beha pontificaal te verbranden, maar voor suffragettes was de beha juist een grote verworvenheid. Alsof ze de knellende sociale banden van de victoriaanse maatschappij letterlijk van zich af konden gooien door het knellende korset in te wisselen voor beha. Al gebied de eerlijk te zeggen dat ook hedendaagse beha's nog aardig kunnen knellen. 

 

Georges Clairin - Portret van Sarah Bernhardt, 1893. Bron: Wikimedia Commons/ National Museum of Fine Arts of Cuba

Topactrice Sarah Bernhardt beeldt hier Cleopatra uit. Wanneer ze oosterse kostuums droeg als deze, leken die sterk op de kostuums van Mata Hari, inclusief decoratieve beha. Het moet echter gezegd dat de grootste wereldster van haar tijd op een merendeel van de foto's en schilderijen die van haar zijn gemaakt vermoedelijk of zeker geen korset draagt.

Noten

1. https://modemuze.nl/blog/mode-marteling-het-korsetdebat-van-vroeger-en-nu

2. Dit wordt overtuigend aangetoond door April Streeter in Women on Wheels.

3. Zie Grauls - De uitvinders van het dagelijks leven. 

Bronnen

Boeken

  • Marcel Grauls - De uitvinders van het dagelijks leven. Leuven 2000. ISBN: 9789050185455
  • Leontien van Beurden - Mode in de 20ste eeuw. Nijmegen 1995. ISBN: 9789061682912
  • April Streeter – Women on Wheels. The Scandalous Untold Histories of Women in Bicycling. Portland OR, 2021. ISBN: 9781621069744 (e-book)

Internetartikelen met auteursvermelding

Modemuze

AmandaWynn.Com

Internetartikelen zonder auteursvermelding

Archeologie Online

Wikipedia Duitstalig

Wikipedia Engelstalig

Wikipedia Nederlandstalig

 

Deze pagina is gepubliceerd op 14 februari 2012 en het laatst gewijzigd op 16 mei 2019.