Home » Leven » Verlichting » Haard

Licht uit de haard

Belangrijke lichtbron op het platteland

Tot ruim in de 20ste eeuw was het vuur dat in de haard brandde ook een belangrijke vorm van verlichting, zij het vooral op het platteland. In de steden werd de ene na de andere nieuwe lamp geïntroduceerd, maar in landelijke streken veranderde er zo weinig dat er een welhaast middeleeuwse situatie bleef bestaan. Vooral 's winters nam de haard daarbij een centrale plaats in het huishouden in als bron van warmte én licht. Toch hadden ook de meeste stadse huizen nog lang haarden, maar uitsluitend om een vertrek mee te verwarmen.


   

Santiago Rusiñol - Romantisch boek. 1894 (Bron: wikimedia) En toch lazen ook welgestelde dames wel bij het licht van de haard.

 

Verschil in verlichting tussen zomer en winter

Aangezien brandstof duur was, gingen mensen daar omzichtig mee om. Dat betekende dat men 's zomers zoveel mogelijk brandstof uitspaarde, omdat men deze dan nauwelijks nodig had. De temperatuur was hoger en er was veel meer daglicht. Mensen pasten in deze maanden hun leefritme aan de dag aan om te voorkomen toch nog kostbare brandstof te moeten verbruiken voor slechts enkele uren extra licht.

In de winter daarentegen was het gebruik van brandstof onvermijdelijk, zowel voor licht als warmte. Dat betekende dan wel dat men deze zo goed mogelijk wilde gebruiken. Het opmerkelijke gevolg hiervan was dat dorpelingen 's winters langer opbleven en veel meer werk in de avonduren deden dan 's zomers. Men bleef dan op tot het hout in de haard was opgebrand. Hier komt ook het idee van de 'lange winteravonden' vandaan. Destijds waren die letterlijk langer dan zomeravonden.

Het verschilde per regio gedurende welke periodes de brandstof precies gebruikt werd. Vaak ging het licht rond Pasen uit, maar de dag waarop het weer aanging varieërde sterk. Het kon al in juli zijn, maar ook pas in september of oktober.

Het begin van de wintercyclus werd meestal ingeluid met een feest. In katholieke streken werd dat vaak verbonden aan een heiligendag. Deze feesten gingen vergezeld van speciale lokale gebruiken en etenswaar. Soms kon dat zelfs per plaats verschillen.

Het tijdstip waarop deze gebruiken ten einde kwamen zal ook per plaats of regio hebben verschild.  

 

Henry Townley Green - Een jonge vrouw die in een keuken zit. 1895 (Bron: wikimedia) Het bankje is er op gemaakt om bij een haard te staan.

 

De centrale plaats van de haard

Al in de prehistorie kreeg de open haard een centrale plaats in holen. Toen er in latere tijden woningen en andere gebouwen kwamen, veranderde dat niet. Vaak hadden meerdere vertrekken een haard. Het was de warmste en best verlichtte plekken in zowel huizen, boerderijen als kastelen (die verder bekend stonden als steenkoud). Vandaar dat het sociale leven zich bij alle rangen en standen rond de haard concentreerde.

Rond 1900 was dat vooral in boerderijen nog steeds zo. De lange winteravonden werden dan onder andere gebruikt om sociale contacten te onderhouden en bij elkaar op visite te gaan. Daar had men in de zomer geen tijd voor.

Verder werden er karweitjes gedaan waar men overdag niet aan toe kwam, zoals spinnen, breien of het bewerken van hennep. De mannen zaten daarbij dicht op de haard en deden het breiwerk (!). Vrouwen zaten iets verder weg en hadden vaak extra olielampjes of kaarsen om zich bij te lichten. Soms hing er ook direct naast de haard nog extra verlichting zoals olielampjes of kienspanen. Het licht uit de haard was namelijk niet altijd afdoende.

 

Charles Auguste Romain - De familie Lobbedez. 1876 (Bron: wikimedia)        Gezinsleven rond de haard.

 

Brandstoffen

Hout was natuurlijk de belangrijkste brandstof voor de haard, maar niet de enige. In de loop van de 18de en 19de eeuw waren daar steeds meer mogelijkheden bijgekomen, zoals kolen, turf en kienhout (dat is hout dat in het veen heeft gelegen en daar gedeeltelijk is versteend).

Met name turf werd rond de eeuwwisseling veel gebruikt, zeker ook in Nederland. Het waren zelfs de hoogtijdagen van turfstekers in het oosten van het land. Het lijkt veel langer geleden, maar het is echt maar een dikke eeuw terug dat turfstekers in Drenthe in plaggenhutten woonden.

Lees hier meer over verlichting door vuur in het verleden.

 

Drentse keuken. 1900-1920 (Bron: wikimedia) Het vuur wordt ook gebruikt om boven te koken.

 

Bronnen

  • Plettenburg M. - 'Licht in huis: kienspaan-kaars-olielamp.' Arnhem 1968